|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
De doop en de zendingsbevelen De zeven zendingsbevelen Mattheüs 28:19-20 NBG51 Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb. 20 En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld. Marcus 16:15-16 NBG51 En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, verkondigt het evangelie aan de ganse schepping. 16 Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden, maar wie niet gelooft, zal veroordeeld worden. Lukas 24:47 NBG51 en dat in zijn naam moest gepredikt worden bekering tot vergeving der zonden aan alle volken, te beginnen bij Jeruzalem. Johannes 20:21 NBG51 Jezus dan zeide nogmaals tot hen: Vrede zij u! Gelijk de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u. Handelingen 1:8 NBG51 maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde. Handeligen 10:42-43 NBG51 en Hij heeft ons geboden het volk te prediken en te betuigen, dat Hij het is, die door God is aangesteld tot rechter over levenden en doden. 43 Van Hem getuigen alle profeten, dat een ieder, die in Hem gelooft, vergeving van zonden ontvangt door zijn naam. 1 Corinthiërs 1:14-17 NBG51 Ik ben dankbaar, dat ik niemand uwer gedoopt heb dan Crispus en Gajus; 15 zodat niemand kan zeggen, dat gij in mijn naam gedoopt zijt. 16 Ook heb ik nog het gezin van Stefanas gedoopt; verder weet ik niet, dat ik nog iemand gedoopt heb. 17 Want Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het evangelie te verkondigen, en dat niet met wijsheid van woorden, om niet het kruis van Christus tot een holle klank te maken. Geen water De enige gelegenheid waarbij onze Here over een doop met water heeft gesproken is geboekstaafd in Handelingen 1:4-5 en Handelingen 11:16. Niet om het te bevelen, maar om een contrast neer te zetten van de waterdoop en de Geestesdoop. Handeligen 1:4-5 NBG51 En terwijl Hij met hen aanzat, gebood Hij hun Jeruzalem niet te verlaten, maar te blijven wachten op de belofte van de Vader, die gij zeide Hij van Mij gehoord hebt. 5 Want Johannes doopte met water, maar gij zult met de heilige Geest gedoopt worden, niet vele dagen na deze. Handeligen 11:16 NBG51 En ik herinnerde mij het woord des Heren, hoe Hij zeide: Johannes doopte wel met water, maar gij zult met de Heilige Geest gedoopt worden. Hierbij maakte Hij zeer nadrukkelijk onderscheid tussen Johannes’ doop met water uit het verleden en Zijn eigen doop met de Heilige Geest, die werkelijkheid werd op de Pinksterdag. Dit argument tegen de doop met water als een opdracht van Christus groeit uit tot volstrekte zekerheid wanneer we Paulus aangaande zijn eigen zendingsbevel horen zeggen: “Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het evangelie te verkondigen”. We vinden hier opnieuw die scherpe tegenstelling, in 1 Corinthiërs 1:14-17. Verscheidenheid Wat ook opvalt is de grote verscheidenheid in de zendingsbevelen. Bij slechts twee ervan wordt de doop vermeld. Als de doop werkelijk zo essentieel onderdeel zou zijn, hoe kunnen Lukas, Johannes, Petrus en zelfs Jezus dit dan ‘vergeten’. En dan Paulus, hoe is er zelfs blij mee dat hij niet meer dan die paar mensen gedoopt heeft. Dit lijkt tegenstrijdig te zijn met de twee zendingsbevelen van Mattheüs en die van Marcus. Laten we die twee dan eens nader bekijken. Mattheüs 28:19 Tot één van de bekendste teksten van de bijbel behoort de zogenoemde zendingsopdracht (of 'grote opdracht'), zoals we deze aantreffen in Mattëus 28:19: Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb. Wat echter bevreemd is dat de apostelen nooit hebben gedoopt volgens de doopformule in Matteüs 28:19. Wie zijn of haar bijbel kent en nadenkt over het bijbelvers hierboven, moet struikelen over deze doop-formule. Want hoewel het commando volstrekt duidelijk is, vinden we het nergens terug in in het boek Handelingen. Waar gedoopt wordt, is dit ALTIJD in (of op of tot) de naam van Jezus Christus. Nooit in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Handelingen 2:38 NBG51 En Petrus antwoordde hun: Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen. Handelingen 8:16 NBG51 Want deze was nog over niemand van hen gekomen, maar zij waren alleen gedoopt in de naam van de Here Jezus. Handelingen 10:48 NBG51 En hij beval hen te dopen in de naam van Jezus Christus. Toen verzochten zij hem nog enige dagen te blijven. Handelingen 19:5 NBG51 En toen zij dit hoorden, lieten zij zich dopen in de naam van de Here Jezus. De volken gedoopt? Wat eveneens bevreemdt, is dat behalve Israël ook de natiën gedoopt zouden moeten worden. Waar elders vinden we dat terug? Inderdaad in Marcus 16:15-16, maar deze tekst mag niet meegeteld worden omdat het deel uitmaakt van een passage (Marcus 16:9-20) dat tussen vierkante haken [ ] in onze bijbels staat, d.w.z. in de oudste en beste handschriften van het Nieuwe Testament ontbreekt het; ze zijn later toegevoegd. Rituelen, waaronder de waterdoop, zijn voor Israël en ‘de vreemdeling binnen haar poorten’. Numeri 19:10 NBG51 Dit zal gelden als een altoosdurende inzetting voor de Israelieten en voor de vreemdeling die onder u vertoeft. Rituelen zijn geen verplichting voor de natiën. Geen enkele. Niet voor niets verklaart Paulus dat hij niet gezonden is om te dopen. 1 Corinthiërs 1:17 Want Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het evangelie te verkondigen, en dat niet met wijsheid van woorden, om niet het kruis van Christus tot een holle klank te maken. Logisch, want hij was de ‘apostel der heidenen’ en ook gezónden tot de heidenen. Niet om te dopen maar om het Evangelie om niet, te verkondigen. Een onbijbelse formule En dan de formule zelf. Klinken de woorden niet bijzonder vreemd uit Jezus' mond? Waar elders in de bijbel wordt gesproken van de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. En waar meer heeft de Geest een onderscheiden naam van de Vader en de Zoon? Wordt ooit ergens iets opgedragen in de naam van de heilige Geest? Het antwoord op elk van deze vragen is: nee, nergens vinden we dit. De doopformule in Matteüs 28:19 heeft de geur van het concilie van Nicea (325 n. Chr.) om zich heen. Zou het kunnen dat de tekst ge-edit is om een kerkelijke praktijk te rechtvaardigen? Deze verdenking spreekt te meer daar de grote drie handschriften van het Nieuwe Testament (de Alexandrinus, Sinaiticus en Vaticanus) inderdaad dateren uit de tijd van dit concilie ... Een ander artikel dat aantoont ‘bijbelvertalers’ soms buiten hun boekje zijn gegaan kunt u hier vinden: De vervalste Alfa en Omega. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| ©2010 www.bijbelinfo.nl | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||