Printbare versie  Printbare versie
Boeken
Doctrines
    De leer over de Godheid
    De leer over de mens
    De leer van Herstel
    Doop
    Sabbatsheiliging
    Soevereiniteit vs Vrije Wil
Geloofszaken
Geschiedenis
Israël
Judaïsme
Profetie
Wetenschap

Doop als reinigingsritueel

Opgelegd tót de tijd van herstel

Hebreën 9:9-10 NBG51 Dit was een zinnebeeld voor de tegenwoordige tijd, in zoverre gaven en offers gebracht werden, die niet bij machte waren hem, die God daarmede dient, voor zijn besef te volmaken, 10 daar zij met hun spijzen en dranken en onderscheiden wassingen slechts bepalingen voor het vlees zijn, opgelegd tot de tijd van het herstel.

Na het lezen van deze tekst kan het volgende gezegd worden over de doop:

·

De Joden identificeerden de doop als een van de de ceremoniële wassingen, zoals voorgeschreven in de wet

·

Deze geboden waren opgelegd - wijst op de wet, niet op de genade

·

De inzettingen van het vlees waren gegeven aan Israël onder de wet

·

Deze wassingen en dus de doop ook staan op één lijn met spijswetten

·

Deze inzettingen waren slechts tijdelijk noodzakelijk, tot de tijd van herstel.

Wereldsgezindheid en onderwerping aan inzettingen zijn voor Paulus identiek.

Colossenzen 2:20-21 NBG51 Indien gij met Christus afgestorven zijt aan de wereldgeesten, waartoe laat gij u, alsof gij in de wereld leefdet, geboden opleggen: 21 raak niet, smaak niet, roer niet aan;

De doop als reinigingsgebruik komt uit het O.T. en was bij Israël al 2000 jaar bekend als reinigingsvoorschrift (zie ook het artikel ‘Onderdompeling, besprenging of … ?’).

CITAAT - Bultema Wat zegt de bijbel over de doop

In de dagen van onze Here was de doop een ritueel waarmee de Joden vertrouwd waren.Wanneer Joden van de markt kwamen waar ze met heidenen in contact waren gekomen en zich hadden verontreinigd, dan wilden ze niet eten ‘tenzij ze zich hadden gedoopt’ (Marcus 7:3-4). De Farizeeër, aan wiens tafel Jezus aanlag, verwonderde zich over het feit dat Hij zich voor de maaltijd niet eerst had gedoopt (Lukas 11:38). De Farizeeën bestreden niet het recht van Johannes om te dopen maar wel zijn gezag om het hele volk tot zijn doop te roepen, aangezien hij noch de Messias was noch diens voorloper, de profeet Elia.

Geen onderricht over de doopvorm in het N.T.

Dat deze verschillende dopen (wassingen) Israël welbekend waren is van het grootste belang want dat verklaart, interessant genoeg, het feit waar velen zich over verbazen: dat er betreffende de doopvorm geen onderricht is gegeven. God had van oudsher nauwkeurige instructies betreffende de vorm verschaft en Hij behoefde die niet te herhalen om de eenvoudige reden dat Israël ze al bijna tweeduizend jaar had gekend (zie ook het artikel ‘Waarom doopte Johannes?’).

De verschillende dopen waren besprenkelingen ten behoeve van de reiniging ...

… opgelegd tot de tijd van herstel.