Printbare versie  Printbare versie
Boeken
Doctrines
    De leer over de Godheid
    De leer over de mens
    De leer van Herstel
    Doop
    Sabbatsheiliging
    Soevereiniteit vs Vrije Wil
Geloofszaken
Geschiedenis
Israël
Judaïsme
Profetie
Wetenschap

De Handelingenperiode was een overgangsperiode

De Handelingenperiode

Dat de waterdoop tijdens de Handelingenperiode werd voortgezet is geen bewijs van het tegendeel, aangezien het hele bestel van de wet werd voortgezet tot aan het ontzagwekkende oordeel van Handelingen 28. Men stond erop dat Paulus en andere Joden aan de besnijdenis zouden vasthouden en men zette natuurlijk ook de Levitische reinigingsrituelen voort die Johannes de Doper opnieuw had ingesteld op grote schaal.

De titels Vader, Zoon en Heilige Geest werden bij de doopplechtigheden in het boek Handelingen niet genoemd. Dat is ook makkelijk te verklaren, aangezien een titel geen naam is. De naam van de Vader, de naam van de Zoon en de naam van de Geest kan er maar één zijn. De Vader had Zich geopenbaard in de Zoon, in Wie de volheid der Godheid lichamelijk heeft gewoond. Dat verklaart waarom in Handelingen telkens gedoopt werd in de naam van de Here Jezus Christus.

Men doopte reeds met water vóórdat Christus op het toneel verscheen en ook nog nàdat Christus ten hemel was gevaren, wat aantoont dat het ritueel van dopen in de naam van de titels van God niet van Hem afkomstig was.

Waarom bleven de discipelen in Jeruzalem?

Terwijl de discipelen in Jeruzalem talrijker werden, ontstond er een vevolging tegen de gemeente in Jeruzalem, waardoor de gelovigen uit elkaar geslagen werden. De apostelen daarentegen bleven in Jeruzalem.

Handelingen 8:1 NBG51 En Saulus stemde in met zijn terechtstelling. En er ontstond te dien dage een zware vervolging tegen de gemeente te Jeruzalem; en allen werden verstrooid over de streken van Judea en Samaria, met uitzondering van de apostelen.

Dit alles krijgt betekenis als het bekeken wordt in het licht van de gelijkenis van de onvruchtbare vijgeboom.

God beantwoordde het gebed van Christus aan het kruis, “Vader vergeef het hun, want zij weten niet wat ze doen”, volgens de gelijkenis, welke Jezus had verteld over de onvruchtbare vijgeboom:

Lukas 13:6-9 NBG51 En Hij sprak deze gelijkenis: Iemand bezat een vijgeboom, die in zijn wijngaard was geplant, en hij kwam om vrucht daaraan te zoeken en vond er geen. 7 En hij zeide tot de wijngaardenier: Zie, het is nu al drie jaar, dat ik vrucht aan deze vijgeboom kom zoeken en ik vind ze niet. Hak hem om! Waarom zou hij de grond nutteloos beslaan? 8 Hij antwoordde en zeide tot hem: Heer, laat hem nog dit jaar staan, ik zal er eerst nog eens omheen graven en er mest bij brengen, 9 en indien hij in het komende jaar vrucht draagt, dan is het goed, maar anders, dan moet gij hem omhakken.

Jezus vertelde in deze gelijkenis dat de vijgeboom nog een extra kans zou krijgen om de vruchten van het Koninkrijk voor te brengen.

Johannes de Doper had tijdens zijn bediening Jeruzalem al gewaarschuwd voor de dreigende omhakken. Door zijn woorden kunnen we de vijgeboom identificeren:

Mattheüs 3:5-13 NBG51 Toen liep Jeruzalem en heel Judea en de gehele Jordaanstreek tot hem uit, 6 en zij lieten zich in de rivier, de Jordaan, door hem dopen, onder belijdenis van hun zonden. 7 Toen hij nu zag, dat vele van de Farizeeen en Sadduceeen tot de doop kwamen, zeide hij tot hen: Adderengebroed, wie heeft u een wenk gegeven om de komende toorn te ontgaan? 8 Brengt dan vrucht voort, die aan de bekering beantwoordt; 9 en beeldt u niet in, dat gij bij uzelf kunt zeggen: Wij hebben Abraham tot vader, want ik zeg u, dat God bij machte is uit deze stenen Abraham kinderen te verwekken. 10 Reeds ligt de bijl aan de wortel der bomen: iedere boom dan, die geen goede vruchten voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen. 11 Ik doop u met water tot bekering, maar Hij, die na mij komt, is sterker dan ik; ik ben niet waardig Hem zijn schoenen na te dragen; die zal u dopen met de heilige Geest en met vuur. 12 De wan is in zijn hand en Hij zal zijn dorsvloer geheel zuiveren en zijn graan in de schuur bijeenbrengen, maar het kaf zal Hij verbranden met onuitblusbaar vuur. 13 Toen kwam Jezus uit Galilea naar de Jordaan tot Johannes, om Zich door hem te laten dopen.

·

Men liep uit tot Johannes om zich door Hem te laten dopen, wassen, reinigen, om de Messias te ontvangen, maar toen Hij kwam en het Koninkrijk verkondigde, kruisigden ze Hem.

·

Dit luidde een periode van 4 x 10 jaar in (de extra kans voor Jeruzalem), waarin de wijngaardenier vrucht verwachtte aan de vijgeboom.

Jezus kwam om vrucht te zoeken in Zijn Koninkrijk, Israël. Hij stierf voor Zijn volk om ze vrij te kopen van de wet, de zonde en de dood, zodat ze de belofte van de Heilige Geest konden ontvangen en leven. Het was Gods plan om in de eerste plaats het Koninkrijk door de Joden heen voort te brengen.

Israël, zijnde de vijgeboom, voldeed niet aan de verwachtingen van zijn eigenaar. Ze brachten niet de vruchten voort die horen bij het Koninkrijk van God. Dus besloot de eigenaar om haar om te hakken en het Koninkrijk aan een ander volk te geven, dat de vruchten ervan wel zou voortbrengen.

De wijngaardenier (Jezus Christus) echter, bad aan het kruis “Vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen”, m.a.w. “Geef ze nog één kans”. In antwoord op dit gebed kregen de Joden nog een laatste genadeperiode van 40 jaar, voordat de bijl neer zou komen.

Dit was de reden dat de apostelen in Jeruzalem moesten blijven. Zij waren geroepen nog eenmaal om de vijgeboom heen te graven en er mest bij te brengen door hun prediking met betoon van tekenen en wonderen. De twaalven waren de handen en voeten van de wijngaardenier in Jeruzalem, wachtend op vrucht aan de vijgeboom, de bekering van de Joden in Jeruzalem.

Maar na de Handelingen periode van 30 jaar en nog 10 jaar was de genade periode voor de Joden voorbij (40 is getal van genade in de bijbel). De onvruchtbare vijgeboom werd omgehakt, het Koninkrijk werd aan een andere natie gegeven, die wel de vruchten ervan zou voortbrengen. Daarom eindigde dit alles met de verwoesting van Jeruzalem (70 AD) en de verovering van Masada (73 AD) door de Romeinen, het één precies 40 jaar na de dood van Johannes de Doper, het andere precies 40 jaar na de kruisiging.

Mattheüs 21:43 NBG51 Daarom, Ik zeg u, dat het Koninkrijk Gods van u zal weggenomen worden en het zal gegeven worden aan een volk, dat de vruchten daarvan opbrengt.

Dus, zo werd het lot van Jeruzalem en de tempel beslist. Op de meest letterlijke manier heeft God laten zien dat de periode van de wet nu voorbij is. Handelingen was de overgangsperiode van wet (op steen) naar Geest (wet in het hart).

Nog vele Joodse rituelen en ceremoniën werden toegepast in de 40 jaar na de kruisiging van Gods lam, hoewel nu zonder betekenis voor God. God liet dit toe, niet omdat deze rituelen (inclusief de waterdoop) nog enige waarde hadden, maar om de Joden deze extra kans te geven. Nog één keer werd er omheen gegraven, nog een keer bemest, terwijl de bijl al die tijd aan de wortel van de boom lag.

Handelingenperiode was een overgangsperiode

Het boek Handelingen behandelt dus ook een overgangsperiode van de wet naar de genade. De twaalf apostelen bleven daarom zolang in Jeruzalem, i.t.t. Paulus, die niet één van de twaalven was.

Je ziet om die reden ook dat de waterdoop nog toegepast werd in Handelingen, ook al was Paulus toen al van mening dat Christus hem niet gezonden had om te dopen. Al was het proces van veroudering en verdwijning al in gang gezet, duurde het nog tot een bestemde tijd (40 jaar, 73 AD), dat door iedereen ingezien werd dat al de inzettingen van het vlees overbodig waren geworden.

Hebreën 8:13 Als Hij spreekt van een nieuw verbond, heeft Hij daarmede het eerste voor verouderd verklaard. En wat veroudert en verjaart, is niet ver van verdwijning.

Toen Israël naar het vlees (de Joden) terzijde werd gesteld, werd ook de wet terzijde gesteld – niet afgeschaft of opgeheven ! – en mét de wet ook de reinigingsrituelen of dopen, omdat ze allemaal hun vervulling hadden gevonden in Jezus Christus.

Zodoende kunnen we concluderen dat de waterdoop eigenlijk al in , maar zeker na de Handelingenperiode zijn betekenis heeft verloren.