Printbare versie  Printbare versie
Boeken
Doctrines
Geloofszaken
Geschiedenis
Israël
Judaïsme
Profetie
Wetenschap

De scheuring van Israël

en

het herstel onder het Nieuwe verbond

De HERE vormde het volk Israël tot zijn volk, zijn Koninkrijk.  Israël was Gods volk en de HERE was de Koning van Israël.  Toch wilden de Israëlieten een koning zoals de andere volken hadden. Die kregen ze in Saul, uit de stam Benjamin, terwijl de stam Juda was aangewezen als de stam van het koningschap. 

Saul en David

Hier had de Heer een bedoeling mee. Hij kent immers het einde vanaf het begin en wist hoe het koninschap van Saul zich zou ontwikkelen en eindigen. Saul werd een type van de kerk van het Pinkster-tijdperk, onze tijd. Saul nam bezit van de troon en eigende zich de plaats toe die God wilde hebben. Hij wilde het koningschap veiligstellen voor zijn zoon Jonathan en daarvoor vervolgde hij David. David is een type van de overwinnaars die het Koninkrijk zullen beërven. Zij zullen zitten op de troon om met Christus 1000 jaren te regeren.

Nu, in onze tijd, doet de ker hetzelfde als wat Saul deed in het Oude Testament. De overwinnaars worden net als het David-gezelschap vervolgd. Ze worden de kerken uitgezet, ze worden, beschimpt en bespot, en als het mogelijk is monddood gemaakt.

Na Saul kwam David, die eerst gezalfd werd tot koning over Juda en later koning werd over 'geheel Israël en Juda '. Saul eigende de troon voor zichzelf en zijn familie, David liet God regeren op de troon van Israël.

Na Davids zoon Salomo werd het Koninkrijk afgescheurd van het huis van David en Juda op één stam na, Benjamin. 

God leverde later Israël over aan de Assyriërs en die gingen in 722 v.Chr. in ballingschap en Juda werd in 597 en 586 v.Chr.  in ballingschap overgeleverd aan de Babyloniers, die de opvolgers waren van de Assyriërs, opdat zij verworpen konden worden door hun zonde en afgoderijen en hoererijen. Het huis Juda keerde voor het eerst in 538 v.Chr. terug, voor hen was de weg open om weer terug te keren. Het huis Israël, die met een scheidbrief was weggezonden is tot de dag van vandaag nog steeds niet terug gekeerd.

Het is de moeite waard de geschiedenis van de scheuring eens nauwkeurig na te lezen in de Bijbel.

Salomo’s afgoderij

De HERE had tot Salomo en de Israëlieten gezegd: Gij zult u niet met andere goden inlaten, en zij zullen zich met u niet inlaten, voorwaar, zij zouden uw hart meevoeren achter hun goden aan. Maar het geschiedde namelijk, toen Salomo oud geworden was, dat zijn heiden vrouwen zijn hart meevoerden achter andere goden aan, zodat zijn hart de HERE, zijn God, niet volkomen was toegewijd gelijk dat van zijn vader David. Salomo deed wat kwaad is in de ogen des HEREN, en hij volgde de HERE niet ten volle, zoals zijn vader David. Daarom werd de HERE vertoornd op Salomo, omdat zijn hart zich afgewend had van de HERE, de God van Israël, die hem tweemaal verschenen was, en die hem te dezer zake geboden had geen andere goden na te lopen; maar hij had niet in acht genomen wat de HERE geboden had. Toen zeide de HERE tot Salomo: Omdat het zo met u gesteld is, dat gij mijn verbond en mijn inzettingen, die Ik u geboden had, niet in acht genomen hebt, zal Ik voorzeker het koninkrijk van u afscheuren en het uw knecht (Jerobeam) geven. Maar bij uw leven zal Ik dat niet doen, ter wille van uw vader David; uit de hand van uw zoon zal Ik het afscheuren. Evenwel zal Ik niet het gehele koninkrijk afscheuren, één stam zal Ik aan uw zoon (zijn zoon Rechabeam werd na Salomo dood koning in zijn plaats)  geven ter wille van mijn knecht David en ter wille van Jeruzalem, dat Ik verkoren heb.

De Scheuring van het Rijk

Ook Jerobeam, een dienaar van Salomo, hief de hand tegen de koning op.

Nu Jerobeam was een flinke kracht. Toen Salomo zag, dat de jonge man een goede werker was, stelde hij hem aan over de gehele lichting van het huis Jozef. Toen Jerobeam eens in die tijd uit Jeruzalem was gegaan bekleed met een nieuwe mantel, ontmoette hem onderweg de profeet Achia, de Siloniet. En die beiden waren alleen op het veld. Toen greep Achia de nieuwe mantel die hij droeg, en scheurde die in twaalf stukken; hij zeide tot Jerobeam: Neem voor u tien stukken, want zo zegt de HERE, de God van Israël: zie, Ik ga het koninkrijk van Salomo afscheuren, en Ik geef u de tien stammen –  maar één stam zal voor hem zijn, ter wille van mijn knecht David en van Jeruzalem, de stad die Ik uit alle stammen van Israël verkoren heb, omdat hij Mij heeft verlaten, en zich neergebogen heeft voor de vele goden en niet in mijn wegen gewandeld heeft en niet gedaan heeft wat recht is in mijn ogen: mijn inzettingen en mijn verordeningen, zoals zijn vader David. Toch zal Ik het koningschap niet in het geheel van Salomo ontnemen uit zijn hand, maar Ik zal hem tot een vorst stellen zijn leven lang, ter wille van mijn knecht David, die Ik verkoren heb, die mijn geboden en inzettingen in acht genomen heeft. Maar Ik zal het koninkrijk uit de hand van zijn zoon nemen, en u de tien stammen geven. Aan zijn zoon zal Ik echter één stam geven, opdat mijn knecht David altijd een lamp voor mijn aangezicht hebbe in Jeruzalem, de stad die Ik Mij verkoren heb om mijn naam daar te vestigen. Maar u zal Ik nemen, opdat gij heerst over alles wat gij begeert, en koning zijt over Israël. En het zal geschieden, indien gij hoort naar alles wat Ik u gebied, in mijn wegen wandelt, en doet wat recht is in mijn ogen door mijn inzettingen en geboden in acht te nemen, zoals mijn knecht David gedaan heeft, dat Ik met u zal zijn, en u een duurzaam huis zal bouwen, zoals Ik voor David gebouwd heb, en Ik zal u Israël geven. Ik zal daartoe het nageslacht van David vernederen, echter niet voor altijd.

Want door Mij is deze zaak geschied

Koning Salomo is gestorven. Zijn zoon Rechabeam gaat met groot gevolg naar Sichem, een stad midden in het land, waar het hele volk Israël bijeen gekomen was om hem als koning uit te roepen. Maar Jerobeam die door de profeet Ahia tot koning over de 10 stammen van Israël is aangewezen, komt daar ook.

Men wil Rechabeam koning maken, doch men heeft één voorwaarde: Uw vader heeft uw juk zwaar gemaakt, wij moesten hem zware lasten opbrengen en hard voor hen werken. Maar als gij uws vaders harde dienst en zware juk lichter wilt maken, dan zullen wij u dienen. Rechabeam sprak over drie dagen kunnen jullie terug komen en zal ik u van mijn antwoord geven, en zo vertrekt het volk.

Op de derde dag kwam Jerobeam met het gehele volk tot Rechabeam, zoals de koning gesproken had: Komt overmorgen bij mij terug. Toen gaf de koning aan het volk een hard antwoord; hij verwierp de raad die de ouden hem gegeven hadden, en sprak tot hen naar de raad der jonge mannen: Mijn vader heeft uw juk zwaar gemaakt, maar ik zal uw juk nog verzwaren; mijn vader heeft u met zwepen getuchtigd, maar ik zal u tuchtigen met gesels.

Dus luisterde de koning niet naar het volk, want het was een beschikking van ’s HEREN wege, om het woord waar te maken, dat de HERE door de dienst van de Siloniet Achia, tot Jerobeam, de zoon van Nebat, gesproken had.

Toen geheel Israël zag, dat de koning niet naar hen luisterde, gaf het volk de koning ten antwoord: Wij hebben geen deel aan David, en geen erfbezit met de zoon van Isaï! Naar uw tenten, Israël! Zorg nu voor uw eigen huis, David! En Israël ging naar zijn tenten. Maar over de Israëlieten die in de steden van Juda woonden, werd Rechabeam koning. Koning Rechabeam zond Adoram, die over de herendienst gesteld was, doch geheel Israël stenigde hem, zodat hij stierf, en koning Rechabeam slaagde er ternauwernood in, de wagen te beklimmen, om naar Jeruzalem te vluchten. Aldus werden de Israëlieten van Davids huis afvallig tot op de huidige dag.  Zodra geheel Israël gehoord had, dat Jerobeam teruggekeerd was, hadden zij hem ontboden naar de volksvergadering en hem koning gemaakt over geheel Israël. Niemand volgde het huis van David dan de stam Juda alleen.

Toen Rechabeam te Jeruzalem was gekomen, riep hij het gehele huis van Juda en de stam Benjamin bijeen, honderdtachtigduizend strijdbare jonge mannen, om te strijden tegen het huis van Israël en het koningschap terug te brengen aan Rechabeam, de zoon van Salomo. Maar het woord Gods kwam tot Semaja, de man Gods:  Zeg tot Rechabeam, de zoon van Salomo, de koning van Juda, en tot het gehele huis van Juda en Benjamin en de rest van het volk: zo zegt de HERE: gij zult niet optrekken en niet strijden tegen uw broeders, de Israëlieten. Keert terug, ieder naar zijn huis, want door Mij is deze zaak geschied. Toen luisterden zij naar het woord des HEREN en begaven zich volgens het woord des HEREN op de terugweg.

(lees het hele gedeelte uit de boeken van 1 koningen 11 en 12).

Sinds die dag werd Israël een natie gescheiden van Juda.

Samenbinding en Liefelijkheid  werden verbroken

Een manier waarop God hierover sprak in de profeten was in Zacharia 11:

En ik heb twee staven genomen, de ene heb ik genoemd Lieflijkheid, en de andere Samenbinding; zo heb ik de kudde geweid.

Toen heb ik mijn staf Lieflijkheid genomen en die verbroken, tenietdoende mijn verbond, dat ik met alle volken gesloten had.

Daarop heb ik mijn tweede staf, Samenbinding, verbroken, tenietdoende de broederschap tussen Juda en Israël.

Toch beloofde God dat Hij hen zou herstellen in het laatst der dagen, zodat zij een eeuwigdurend verbond konden ontvangen.

Lieflijkheid en Samenbinding verwijzen naar Messias en de band tussen Juda en Israël.

God beloofde weer Samenbinding

De profeet Ezechiël krijgt de opdracht om een andere toekomstige gebeurtenis voor het volk van God te laten zien door een symbolische daad.

Het woord des HEREN kwam tot mij: Gij mensenkind, neem een stuk hout en schrijf daarop: voor Juda en de Israëlieten die daarbij behoren; neem dan een ander stuk hout en schrijf daarop: voor Jozef – het stuk hout van Efraïm – en het gehele huis Israëls dat daarbij behoort; voeg ze dan aan elkander tot één stuk hout, zodat zij in uw hand tot één worden. Wanneer nu uw volksgenoten u vragen: Wilt gij ons niet meedelen, wat gij daarmee bedoelt?  zeg dan tot hen: Zo zegt de Here HERE: zie, Ik neem het stuk hout van Jozef – dat aan Efraïm toebehoort – en van de stammen Israëls die daarbij behoren, en Ik voeg het bij het stuk van Juda en maak ze tot één stuk hout, zodat zij één zijn in mijn hand. EN MIJN KNECHT DAVID ZAL KONING OVER HEN WEZEN en hun voor eeuwig tot vorst zijn; ÉÉN HERDER ZAL ER VOOR HEN ALLEN ZIJN (Ezechiël 37 vers 15-28).

Er zijn andere artikelen geschreven die laten zien dat het huis van Israël nooit teruggekeerd is uit de ballingschap en dat er zelfs van Juda maar een zeer klein gedeelte teruggekeerd was.

Dit alles paste perfect in Gods plan, er was genoeg van dat gedeelte van Israël, en wel uit het Huis van Juda, teruggekeerd om de Messias geboren te laten worden in Bethlehem, uit het huis van David.

Er zijn velen die niet inzien dat het Nieuwe Testament de vervulling is van de beloften van God in Ezechiël 37 (zie hierboven) om de twee stukken hout weer één te maken. Een herder, dat is Christus, die regeert onder het Nieuwe Verbond op de troon van David.

Het kerk-tijdperk is de periode die God gebruikt om deze belofte in vervulling te doen gaan. Wanneer naar Gods maatstaven Israël hersteld is, zullen ook de woorden van de engel Gabriël vervuld worden:

“Deze (Yahshua) zal groot zijn en Zoon des Allerhoogste genoemd worden, en de Here God zal Hem de troon van zijn vader David geven,  en Hij zal als koning over het huis van Jakob heersen tot in eeuwigheid, en zijn koningschap zal geen einde nemen”.

Dit is wat we zullen zien gebeuren als Jezus terugkomt, bij de eerste opstanding, wanneer de overwinnaars klaar zijn (de bruid van Christus) om met Christus te regeren in Zijn aards Koninkrjkm tijdens het Millenium.