Printable version  Printable version
Beeldspraak
    Babylon uitgaan
    Babylon, een gehe...
    De komst des Heren
    De Morgenster
    Gedenk de sabbatdag
    Geroepen uit Egypte
    Gezindheid van Chr...
    Hand a/d ploeg slaan
    Het getal van het ...
    Het hemelse Jeruza...
    Jezus' wondertekenen
    Licht uit schaduwen
    Oud en nieuw
    Van dood tot leven
    Van Pascha tot Lo ...
Commentaren
Getallensymboliek
Woordenlijst

De gezindheid van Christus – korte uitleg

Grieks: phroneo = denkwijze. Wat was Zijn denkwijze?

Hij dacht geestelijk. Hij zei: "Ik ben van boven" (Joh 8:23). Altijd "bedacht Hij de dingen van boven" (Col 3:2). Hij had "een schat in de hemelen, die nooit opraakte" (Luc 12:33). Op aarde bezat Hij niets, zelfs geen steen om Zijn hoofd neer te leggen.

Altijd was Hij bezig met de dingen van Zijn Vader. Hoorde Hij Zijn discipelen praten over brood, dan dacht Hij aan hemels brood. Spraken de Farizeeën over hun tempel, dan dacht Hij aan de tempel van Zijn lichaam. Zo zouden we talloze voorbeelden kunnen geven van verschil in denken tussen Jezus en de anderen.

Hij typeerde het verschil heel kernachtig: "Jullie zijn van beneden, Ik ben van boven" (Joh 8:23).

Overgenomen van: In Geest en Waarheid

De gezindheid van Christus – uitgebreide uitleg

Direct na 666 in Openbaring 13 vers 18 begint hoofdstuk 14, waarin Johannes het visioen van de 144.000 dienstknechten van God beschrijft (Ope 14:1-5). Ze werden al eerder genoemd als de 12.000 uit de 12 stammen van Israël, die aan hun voorhoofd waren verzegeld (Ope 7:1-8). Zij staan bij het Lam en dragen op hun voorhoofd Zijn naam en de naam van de Vader (Ope 14:1). We zullen nu dat gedeelte, Openbaring 14:1-5, tekst voor tekst gaan doornemen.

Ik zag het Lam staan op de berg Sion en met Hem 144.000 met op hun voorhoofden Zijn naam en de naam van Zijn Vader (Ope 14:1)

Wat een opvallend verschil met de tekst, die hieraan is vooraf gegaan! Daar wordt het denken van het beest uitgedrukt in een onpersoonlijk getal (666). Hier wordt de denkwijze Christus uitgedrukt in een naam: Jezus. Het is een naam met 8 (=nieuw leven) als factor en met 888 als getalswaarde. Wie overwint, ontvangt die nieuwe naam (Ope 3:12). En wie hem heeft ontvangen, gaat "nieuw" denken (Ope 22:4).

De 144.000 staan op de berg Sion. Wat betekent dat? "Berg" duidt in de bijbel op kracht. De 144.000 staan op de "berg Sion", op de kracht van de Geest Gods. "Eens zal de dag komen, dat de berg van de tempel van de Heer rotsvast zal staan, hoger dan alle bergen. Alle volken zullen daar samenstromen en zeggen: laten wij optrekken naar de berg van de Heer, naar de tempel van Jakobs God. Hij zal ons de weg wijzen en wij zullen Zijn paden bewandelen" (Jes 2:2-3). Op aarde is de hoogste berg Mount Everest. In de geestelijke wereld is de hoogste berg de kracht van de heilige Geest.

Wie op de berg Sion staan, hebben Jezus' gezindheid (Psa 24:3-6). Zij zijn geheel vernieuwd in hun denken, van 666 tot 888. Zij kunnen met Hem regeren in gerechtigheid. "Zie, een koning (=Jezus) zal regeren in gerechtigheid en vorsten zullen heersen naar het recht; en ieder van hen zal zijn als een beschutting tegen de wind en als een toevlucht tegen de stortbui, als waterstromen in een dorre streek, als de schaduw van een machtige rots in een dorstig land" (Jes 32:1-2).

Nu iets over het getal 144.000. Velen vatten dit getal natuurlijk op (zoals bijvoorbeeld de Jehova's getuigen doen). Maar denkt u echt, dat er precies 144.000 mensen zullen staan op een aardse heuvel in het Midden-Oosten en dat die heuvel zal uitgroeien tot de hoogste berg ter wereld? Aardse begrippen zijn toch schaduwbeelden van geestelijke realiteiten! We moeten de bijbel toch niet als historisch feitenboek gebruiken. Dat leidt alleen maar tot allerlei verschillende zienswijzen. In de bijbel zouden we herkenning en bevestiging moeten vinden van de geestelijke realiteiten die God in ons bewerkt! Daar bereik je eenheid mee, de eenheid van de Geest (vgl. Efe 4:3,13).

Nu dit: wat betekent het getal 144.000? De 144.000 zijn "verzegeld uit alle stammen van Israël", "12.000 uit 12 stammen" (Ope 7:4). De Heer Jezus koos 12 discipelen. Het nieuwe Jeruzalem heeft 12 fundamenten en 12 poorten. Israël, de 12 discipelen en de stad Jeruzalem werden alle uitgekozen voor een bijzondere taak: om met God te regeren. Want, zegt Bullinger in "Number in Scripture", het getal 12 duidt op verkiezing tot goddelijke heerschappij. "Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op Mijn troon, gelijk ook Ik heb overwonnen en zit bij Mijn Vader op Zijn troon" (Ope 3:21). De 144.000 hebben overwonnen. Zij hebben "zich niet met vrouwen bevlekt" (Ope 14:4a). Zij hebben het Lam gevolgd, waar Hij ook heengaat (Ope 14:4b). "In hun mond is geen leugen gevonden; zij zijn onberispelijk" (Ope 14:5). De waarheid heeft hen vrijgemaakt (Joh 8:32). En daarom konden ze worden gemaakt tot koningen en priesters. 144.000.

En ik hoorde een stem uit de hemel als de stem van vele wateren en als de stem van zware donder. En de stem, die ik hoorde, was als van citerspelers, die op hun citers spelen (Ope 14:2).

De stem van de 144.000 eerstelingen heeft drie kenmerken. Allereerst klinkt hun stem als het geluid van veel water. Al in het oude testament lezen wij dat van Gods stem. "De heerlijkheid van de God van Israël was een geluid als het gedruis van vele wateren" (Eze 43:2).

Ook de stem van Christus "was als een geluid van vele wateren" (Ope 1:15). En nu klinkt ook de stem van de 144.000 eerstelingen zo. Hun woord is dat van God en dat van Jezus. Op hun voorhoofd staan immers "Zijn naam en de naam van de Vader geschreven" (Ope 14:1). Zij zijn gemaakt tot Hun mond (vgl. Jer 15:19).

Water betekent leven: zonder water is leven niet mogelijk. Veel water betekent leven in overvloed. Het water, dat Jezus geeft, is het leven in het Woord. De Heer zei: "Wie gedronken heeft van het water, dat Ik hem zal geven, zal geen dorst krijgen in eeuwigheid, maar het water, dat Ik hem zal geven, zal in hem worden tot een fontein van water, dat springt ten eeuwigen leven" (Joh 4:14). "Ik ben gekomen opdat zij leven hebben in overvloed" (Joh 10:10). Zijn woorden waren allemaal woorden van geest en leven (Joh 6:63).

Dat water is in de 144.000 tot een fontein geworden. Stromen van levend water stromen uit hun binnenste (vgl. Joh 7:38). Hun woorden zijn nu ook een levendmakende watervloed. Hun stem brengt overal leven en overvloed. Tot op zekere hoogte is dit nu al waar voor wie in Jezus "geloven gelijk de Schrift zegt" (Joh 7:38). Maar er komt een tijd, dat dit waar zal worden in een mate die men nog nooit heeft gezien.

Ten tweede: hun stem is als het geluid van zware donder. Donder duidt op gezag, kracht, autoriteit. We lezen, dat Mozes tot God sprak en dat "God hem antwoordde in de donder" (Exo 9:19). Gods woord is levend en krachtig, vol gezag en autoriteit (Heb 4:12). "Hij dondert met de stem van Zijn majesteit" (Job 37:4). Toen de Heer Jezus sprak over Zijn dood en bad: "Vader, verheerlijk Uw naam!", toen kwam er een stem uit de hemel die zei: Ik heb Hem verheerlijkt en Ik zal Hem nogmaals verheerlijken". De mensen die dat hoorden dachten, dat er een donderslag geweest was (Joh 12:28-29).

In Openbaring zag Johannes een troon in de hemel. "En die erop zat, was als een diamant en een sardius" (Ope 4:3). "En van de troon gingen bliksemstralen, stemmen en donderslagen uit" (Ope 4:5). En ook op andere plaatsen lezen we van "stemmen en donderslagen" (Ope 8:5, 10:3, 11:19, 16:18). Het is onvoorstelbaar, dat ook de stem van de 144.000 eerstelingen zal gaan klinken "als de stem van zware donder". Hun woord zal, net als dat van hun Heer, zijn met goddelijk en koninklijk gezag (vgl.Luc 4:32).

Ten derde: hun stem is als van citerspelers, die zitten te spelen. Hun boodschap klinkt als muziek in de oren.

Goede musici studeren jarenlang. Ze luisteren, oefenen jaren lang op hun instrument en musiceren met hun leraar. Beheersing van hun instrument vergt uiterste discipline.

De 144.000 eerstelingen maken zo'n intensief leerproces door. Ze leren naar de stem van God te luisteren, zonder terug te deinzen voor de consequenties (Jes 50:4-6). Ondanks tegenstand en verwerping blijven zij volhardend het Woord Gods en het geloof in Jezus bewaren (Jes 50:7-11, Ope 14:12). Uiteindelijk brengen zij het levende en krachtige Woord Gods over op de juiste wijze: in geest en in waarheid. (Joh 7:46).

Een goed orkest valt op door de juiste balans van de spelers onderling. Niemand speelt uit de maat of vals. Niemand doet z'n best om op te vallen. Het gaat om de harmonische samenklank. Als ieder voor zich zelf zou spelen, zou niemand naar zo'n orkest willen luisteren.

Nu de 144.000 citerspelers. Zij vullen elkaar perfect aan. Ze hebben zóveel van de Heer ontvangen en zóveel van Hem geleerd, dat zij "allen de eenheid van het geloof en van de volle kennis van de Zoon Gods bereikt hebben" (Efe 4:13). In allen is "de gezindheid, die ook in Christus Jezus was" (Fil 2:5). Zij zijn allen "één van zin en één van gevoelen", "één in liefdebetoon, één van ziel en één in streven" (1Co 1:10,2:16, Fil 2:2). Zij zijn allemaal "door één Geest tot één lichaam gedoopt en met één Geest doordrenkt" (1Co 12:13). Daarom klinkt hun "stem" zo rein en zuiver.

En zij zongen een nieuw lied en niemand kon het leren dan de 144.000, de losgekochten van de aarde (Ope 14:3).

Eerst dit: "oud" is aards, "nieuw" is hemels. Dus wat bezingen de 144.000 eerstelingen in hun nieuwe lied? Natuurlijk wat zij hebben ervaren van het nieuwe leven. Omdat zij geheel aan Hem gelijkvormig zijn geworden, hebben zij nieuw leren leven (vgl. Rom 12:1). Ze zijn losgekocht van de aarde.

De bijbel spreekt regelmatig over "hemel, zee en aard". Dat zijn drie sferen waarin een bestaand mens zich kan bevinden. De zee zijn "natiën, menigten, volken en talen", die Christus niet kennen: in haar zijn de geestelijk doden (Ope 17:15, 20:13). Hij zei tegen Zijn eerste discipelen (die vissers waren): "Kom achter Mij en Ik zal jullie vissers van mensen maken" (Mat 4:19). Zij zouden mensen uit "de zee" "vissen".

Het boek Openbaring noemt mensen die in de hemelen wonen. "Verheugt u, gij hemelen en wie daarin wonen" (Ope 12:12). Het gaat hier niet over mensen, die zijn overleden en naar de hemel zijn gegaan. Gij hemelen duidt op wie met Christus is in hemelse gewesten (Efe 2:6). Velen denken, dat de hemel iets is waar je later naar toe kunt gaan. De hemel is echter een geestelijke toestand hier en nu. Het is het koninkrijk van God, waarin wij reeds nu kunnen binnengaan (Joh 3:3-5). Trouwens, de bijbel gebruikt voor sterven in de zin van overlijden doorgaans andere woorden. Paulus spreekt van ontslapen, heengaan en met Christus zijn. Jezus spreekt van naar de Vader gaan. Nooit leest men van "naar de hemel gaan".

Alle nazaten van Adam, ook de 144.000, zijn van origine "van de aarde". Maar ze kunnen weer "van de hemel" worden. Hun domicilie kan veranderen. En als dat gebeurt, zijn ze nog wel in de wereld, maar niet meer van de wereld. Zij zijn met Christus opgewekt en hebben volhardend de dingen die boven zijn gezocht, waar Christus is (Col 3:1-2). Hun geest is niet alleen gered door het bloed van het Lam. Ook hun ziel is behouden, doordat zij hebben volhard tot het einde toe (Mat 10:22). Door Gods werk in hen zijn ze "losgekocht van de aarde". Vrij.

Zij zijn het, die zich niet met vrouwen hebben bevlekt, want ze zijn maagdelijk. Zij volgen het Lam, waar Hij ook heengaat. Zij zijn gekocht uit de mensen als eerstelingen voor God en het Lam (Op.14:4).

Wat betekent dat, zich met vrouwen bevlekken? Ik geloof stellig, dat het hier gaat om geestelijke onreinheid.

In Openbaring lezen wij over twee vrouwen, met wie je je niet moet laten verontreinigen. Eerst gaat het om Izebel, die zegt, dat zij een profetes is, maar die Gods dienstknechten aanzet tot "hoererij" en "afgoderij" (Ope 2:20).

Later om een vrouw met "op haar voorhoofd een naam geschreven, een geheimenis: het grote Babylon, moeder van de hoeren en van de gruwelen der aarde" (Ope 17:5).

De 144.000 hebben geleerd zich niet met dit soort "vrouwen" te bevlekken. Zij laten zich niet verleiden door Izebel, ook niet door de verlokkingen van Babel. Ze hebben Gods oproep gehoord en gehoorzaamd: "Ga uit van haar, opdat u geen gemeenschap hebt aan haar zonden en niet ontvangt van haar plagen" (Ope 18:4). Zij blijven het Lam volgen, waar Hij ook heengaat.

We weten, dat Jezus het Lam Gods is (Joh 1:29). Hij woonde als mens in de hemel (Joh 17:21). Op aarde had Hij geen plaats om zijn hoofd neer te leggen (Mat 8:20). Hij had geen deel aan de aardse "stad, die geestelijk genoemd wordt Sodom en Egypte" (Ope 11:8). Hij bevlekte zich niet met het Babylon van Zijn tijd. Hij werd volkomen geleid door de Geest van God. Hij was geheel "van boven" (Joh 8:23). En de 144.000 volgen het Lam. Hij is voor hen de Weg, waar Hij ook heen gaat. Wat betekent dat? Welke weg ging Hij? Welke weg gaan de 144.000?

Op aarde ging Jezus van verwekking door het Woord van God tot geboorte uit een maagd, van kleuter tot kind, van kind tot jongeman, van jongeman tot volwassene. Zodra Hij goed en kwaad kon onderscheiden, wist "hij het kwade te verwerpen en het goede te verkiezen" (Jes 7:15). Hij overwon in elke verleiding in Zijn menselijk bestaan en veroordeelde zo elke zonde in Zijn eigen leven (Rom 8:3). Nog nooit had iemand dat gekund. Steeds weer was er de wet, die het falen van de mens aantoonde. Maar Jezus heeft Zich door Zijn gehoorzaamheid aan Gods Geest volkomen aan de wet kunnen houden. Zo heeft Hij de wet vervuld. Als mens wandelde Hij volkomen als een ware Zoon van God (Rom 8:14). Hij gehoorzaamde de Vader in alles. En wie heeft dat geloofd? (Jes 53:1). "Hij kwam tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen" (Joh 1:11). "Hij was veracht en van mensen verlaten, een man van smarten" (Jes 53:3). Aldoor goot Hij Zijn ziel uit in de dood (Jes 53:12). Toen moest Hij ook nog lijden aan het kruis, waar Hij de dood tot in het uiterste ervoer (Luc 24:46). Uiteindelijk overwon Hij ook die laatste vijand en verrees Hij uit het graf om uitermate te worden verhoogd (Fil 2:9). Dat was de weg van het Lam.

Die weg gaan ook de 144.000. Ze slaan niets over. Ook zij worden verwekt uit onvergankelijk zaad, door het Woord van God (1Pe 1:23). Zij worden "in Christus een nieuwe schepping" (2Co 5:17). Ook zij groeien op van kind tot geestelijk volwassene. Zij leren te wandelen "in nieuwheid des levens" (Rom 6:4). Ze hebben de waarheid lief, als "kinderen van het licht" (1Jo 1:6, Efe 5:8). Ieder van hen krijgt "deel aan de goddelijke natuur" en ontkomt aan het verderf, dat door de begeerte op "de aarde" heerst (2Pe 1:4). De eis van de wet wordt ook in hen vervuld, omdat zij niet wandelen naar het vlees, maar naar de Geest (Rom 8:3-4). Zij wandelen in "heiligheid en reinheid Gods" (2Co 1:12). Ook zij leren gehoorzaamheid in wat zij moeten meemaken en lijden. Ook zij ondervinden verwerping en ervaren wat het is "aan Zijn dood gelijkvormig te worden" (Fil 3:11). In Babel worden zij gedood (Ope 11:7-10). Maar dan zullen ze "een luide stem uit de hemel horen zeggen: Klim hierheen op!" Dan klimmen zij "naar de hemel op in de wolk" (Ope 11:12). In de shekinah-wolk! Niet later, maar nu. Niet daar, maar hier. Niet met uiterlijk vertoon, maar in het verborgene. Zo worden ook zij verhoogd.

Jezus zegende duizenden mensen in de jaren van Zijn bediening. "Hem volgden vele scharen uit Galiléa en Decápolis en Jeruzalem en Judéa en het Overjordaanse" (Mat 4:25). Zijn 12 leerlingen waren de eersten, waarvan Hij zei: "Zoals de Vader Mij uitgezonden heeft, zo zend Ik jullie uit" (Joh 20:21). Zij traden in Zijn voetsporen. En ook de 144.000 zijn "gezondenen". Zij brengen een menigte bijeen uit alle volken en stammen en natiën en talen. Die schare is niet te tellen en komt te staan voor de troon en voor het Lam. Ze worden gekleed in witte gewaden en krijgen palmtakken in hun handen. Zij roemen en aanbidden God en het Lam op de troon en zingen: "Lof, majesteit en wijsheid, dank, eer en macht en kracht komen onze God toe tot in alle eeuwigheid! Amen" (Ope 7:9-12).

En in hun mond is geen leugen gevonden; ze zijn onberispelijk (Ope 14:5).

Het laatste kenmerk van de 144.000 is hun eerlijkheid en reinheid. Grote en kleine leugens, halve waarheden, leugentjes om bestwil omgeven ons overal: in de politiek, in het zakenleven, op ons werk, enz. Erger is het, als de leugen een kans krijgt in gezins-, familie- en kerkelijke relaties. De Heer Jezus zei, dat wij de bron ervan zouden moeten zoeken in ons eigen hart, in het "beest" in ons, in het "vlees" (Mat 15:19).

Jezus was anders. De Geest van de Heer was op Hem en regeerde over het "beest" (Luc 4:18). Die Geest zou op Hem blijven (Joh 1:33). Alles wat Hij deed of getuigde, was waar (Joh 8:14). Hij was Waarheid (Joh 14:6). In Hem woonde de Geest der Waarheid (Joh 16:13). Hij was een getrouwe en waarachtige getuige (Ope 3:14).

Satan is de vader der leugen, de "slang" (Joh 8:44). Hij bespeelt ons "vlees" met z'n gevoel. Hij geeft een onwaar getuigenis over God en Zijn wil. Hij is, als "overste van deze wereld" de inspirator van het aardsgezinde geloof (Joh 8:30-59). Je mag wel in God geloven, maar niet Zijn weg gaan. Je mag wel religieus zijn, als je maar wel de weg van het "vlees" gaat. Jezus had daar alle macht over (Joh 17:2).

Dat kregen ook de "twaalf": "Ik heb jullie macht gegeven om slangen te vertrappen" (Luc 10:19). Ook de 144.000 zijn getrouw en waarachtig. Zij blijken onberispelijk bewaard te zijn in de parousia (=aanwezigheid) van de Heer (1Th 5:23). In hun mond wordt geen leugen gevonden. Ze zijn onberispelijk (Ope 14:5). Ook zij hebben geleerd om "slangen" en "schorpioenen" te vertrappen.

Tenslotte nog iets over eerstelingen. De Heer Jezus was dè Eersteling. Hij werd als eerste Zoon uit Egypte geroepen (Mat 2:15). En nu roept God wéér zonen uit "Egypte" (Hos 11:1). Het zijn weer eerstelingen. Niet omdat zij van nature beter zijn, maar door genade zijn ze eerder geestelijk volwassen dan anderen, als eerste rijpe vruchten. Ze zijn Jezus' loon. Want "zeg tot de dochter Sions: zie, uw heil komt; Zijn loon is bij Hem. En men zal hen noemen: het heilige volk, de verlosten van de Heer" (Jes 62:11). Jezus komt met Zijn heiligen (1Th 3:13). Hij komt met de Zijnen, als geestelijk lichaam, als Bruidegom. Dé Eersteling blijft niet op zichzelf. Hij werd gezaaid om een volle aar voort te brengen (Joh 12:24). De korrels in die aar zijn identiek aan de korrel die gezaaid werd. Samen zijn zij de "man", het "lichaam van Christus".

Voor de dochter van Sion geldt: "U zult genoemd worden: Begeerde, Niet verlaten Stad" (Jes 62:12). Zij is "de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, dat neerdalende is uit de hemel, van God, getooid als een bruid, die voor haar man versierd is" (Ope 21:2). "Zij heeft de heerlijkheid Gods en haar licht lijkt op een zeer kostbaar steen, op een kristalheldere diamant" (Ope 21:11). Zij is de "vrouw".

Maar het 888-leven houdt niet op bij de eerstelingen en bij het nieuwe Jeruzalem. "Hij, die op de troon is, zegt: Zie, Ik maak alle dingen nieuw" (Ope 21:5). Alle volken zullen wandelen bij het licht van de heerlijkheid Gods in het hemelse Jeruzalem (Ope 21:11,24). Dan is "de tent van God bij de mensen en zal Hij bij hen wonen en zullen zij Zijn volken zijn" (Ope 21:3). Men "zal geen kwaad meer doen en geen verderf brengen op Mijn heilige berg, want de aarde zal vol zijn van kennis van de Heer, zoals de wateren de bodem van de zee bedekken" (Jes 11:9). Ja, de hele "schepping zal van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid bevrijd worden tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van Gods (Rom 8:21). "In Christus zullen allen levend gemaakt worden" (1Co 15:22). "Alle volken zullen daar binnenstromen" (Jes 2:2). Zij zullen dan worden genezen door de bladeren van het geboomte des levens (Ope 22:2).

"Dan het einde, wanneer Hij het koningschap aan God de Vader overdraagt". Dan is alle andere heerschappij en macht en kracht onttroond (1Co 15:23-25). Het einde! Paulus gebruikt het Griekse woord telos (=resultaat, doel; van het woord tello=toewerken naar een doel). Dan is God alles in allen (1Co 15:28). Alles in allen! "En God zag alles wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed" (Gen 1:31).

Overgenomen van: In Geest en Waarheid