Printable version  Printable version
Beeldspraak
    Babylon uitgaan
    Babylon, een gehe...
    De komst des Heren
    De Morgenster
    Gedenk de sabbatdag
    Geroepen uit Egypte
    Gezindheid van Chr...
    Hand a/d ploeg slaan
    Het getal van het ...
    Het hemelse Jeruza...
    Jezus' wondertekenen
    Licht uit schaduwen
    Oud en nieuw
    Van dood tot leven
    Van Pascha tot Lo ...
Commentaren
Getallensymboliek
Woordenlijst

De komst des Heren

Overgenomen van: In Geest en Waarheid

"Gelijk de bliksem komt van het oosten en licht tot het westen, zo zal de komst van de Zoon des mensen zijn" (Mat.24:27, NBG).

Voordat we de begrippen oost en west behandelen, eerst iets over de komst (parousia) van de Heer als een bliksemschicht (astrape). Dan zou Hij onverwachts en plotseling komen, als in een flits.

Het Griekse woord astrape betekent niet alleen bliksem, maar ook helder licht, schijnsel. Zo is het dan ook vertaald in Lucas 11:36: "Zoals een lamp u met haar schijnsel verlicht". En Matthéüs gebruikt voor het woord komst het Griekse parousia van de Zoon des mensen. Dat is niet Zijn plotselinge aankomst later, want parousia betekent komst in de zin van gekomen zijn, aanwezigheid.

Welk heldere licht komt altijd van het oosten en licht tot het westen en is altijd aanwezig? De bliksem? Nee toch! Die flitst elke willekeurige richting uit, al naar gelang de positieve of negatieve elektrische lading in de wolken en die is er maar even. Het is de zon, het licht van de dag. Die schijnt altijd, is het niet hier, dan schijnt ze aan de andere kant van de aardbol. De Zoon des mensen is dan ook komende als de zon. Hij is de zon der gerechtigheid, die in de Zijnen op gaat (Ps.84:12, Mal.4:2). Hij is in hen aanwezig als een steeds sterker wordend Licht.

De vertaling van astrape als bliksem versterkt de misvatting, dat de komst van de Heer iets onverwachts zou zijn, iets wat je plotseling overkomt. Dat zegt de bijbel dus niet. Wie met Jezus leeft, weet dat Hij in zijn hart is gekomen als het ware Licht, en dat Hij steeds helderder gaat schijnen tot de volle dag (vgl. Spr.4:18, 1Thes.5:5).