Definitie
Wikipedia: Soeverein komt waarschijnlijk van het Latijnse superanus of suprema potestas, en betekent 'hoogste macht' of 'hoogste gezag'.
Dit impliceert dat een vrije wil een soevereine wil is.
***********************
Q&A – deel 2
Maakt satan het u moeilijk? Gaat u door zware tijden heen in het leven?
De kennis van de soevereiniteit van God en het doel van het kwaad, maakt u wijs.
En deze wijsheid zal u het leven geven.
Met andere woorden:
Als u gefrustreerd begint te worden over God en zin hebt om het geloof aan de wilgen te hangen, kunt u er door heen komen - zelfs met een glimlach - als u zich realiseert dat van Satan verondersteld mag worden dat hij zich zo gedraagt, omdat God hem zo geschapen heeft.
U zult niet meer satan vrezen, maar God, …
om van Hem de gehoorzaamheid te willen leren.
Evengoed wanneer u beseft dat deze ‘eon’ slecht is, omdat het slecht behoort te zijn (Galaten 1:4), zullen de omstandigheden u niet meer gek kunnen maken.
U zult ook niet doodgaan aan de inspanning om alles onder controle te willen houden, want u kunt niet recht maken wat God krom heeft geschapen.
Dit is de rust die God u wilt geven, namelijk dat Hij is GOD.
Geloof alleen!
Psalm 46:11 Laat af en weet dat Ik God ben. |
|
De Vrije Wil
Als de menselijke wil werkelijk vrij is, dan is iedere persoon op aarde zijn eigen soevereine entiteit. Door dit te veronderstellen kan ieder persoon doen en laten wat hij of zij wil, in welke mate dan ook, maakt niet uit voor hoe lang, zonder daarbij gehinderd te worden.
Ik vraag me af of dit niet iemand bang maakt. Zelfs indien God Zich er mee zou willen bemoeien om een en ander in goede banen te leiden, nou ja, pech gehad, want zelfs God kan niet om de wil van een mens heen, die werkelijk vrij is.
“Wat gebeurt er met hen die hun vrije wil gebruiken door zich te verzetten tegen God?”, is mijn nieuwe vraag, gericht aan Mr. Smith, een paar dagen later.
“Zij worden geworpen in de Poel van Vuur”, vertelt hij me.
“Maar als zij niet willen gaan?“ vraag ik.
“Zij moeten gaan,” zegt hij.
“Maar als zij niet willen gaan?“ houd ik aan.
“God dwingt ze. Eerlijk, Zender, ben je werkelijk zo stom?”
“Dank dat u zoveel geduld met me hebt, Mr. Smith. ’t Is gewoon zo dat uw bewering bij mij onoverkomelijke moeilijkheden doet rijzen. De vrije wil kan niet gedwongen worden. Dat zou namelijk een beperking zijn van de wil.”
Stilte.
“Een vrije wil kan niet gedwongen worden,” zeg ik weer.
“God ontneemt hen hun vrije wil,” is het antwoord, een beetje beteutert, met uitzondering van de benadruking (italic).
“Maar wat als zij nou niet willen dat hen hun vrije wil ontnomen wordt?” vraag ik, de benadrukking terugkaatsend, waar ze tegen zijn nu gefronste voorhoofd knallen.
Ik denk dat ik Mr. Smith een beetje geirriteerd heb, want in plaats van mij te antwoorden, vraagt hij me of ik op de hoogte ben van de komende picnic, die zijn kerk organiseert voor de burgers van ons stadje.
“Ja, daar ben ik van op de hoogte,” antwoord ik.
“Goed,” zegt Mr. Smith, “want u bent niet uitgenodigd!”
Als mijn eten in deze gemeenschap afhankelijk zou zijn van kerkacties, zou ik dood zijn. |