Printable version  Printable version
Uitgaande v/d genade ...
Bijbelcommentaren
De komst van de Heer
Geschiedenis en Tijd
Herstel van alle dingen
    Feast of Tabernacles
    Job ed weg tot zoo...
    Redding & Uitverkie...
    Volgens de doels...
    Herstel van alle d...
    Als God iedereen z...
    Jubeljaar vd sche...
    Hoop voorbij de hel
    Geheimen van tijd
    Schuldbrief in profetie
    Doel van wet/genade
    De Zonen van God
    Oordelen vd godd...
    Getuigenis
Het geestelijke leven
Het Koninkrijk van God
Israel en Juda
Overig

De Schuldbrief in Profetie

door Dr. Stephen E. Jones

De Bijbelteksten in dit boekje komen uit
de HERZIENE STATENVERTALING (HSV)
tenzij anders aangegeven.

Kopiëren voor niet-commerciële doeleinden toegestaan

Originele titel: The Debt Note in Prophecy

Vertaald door: Remmer Remmers van Berea-Studies

INHOUDSOPGAVE

Hoofdstuk 1: De Gelijkenis van de Wijngaard

Hoofdstuk 2: Wie is Israël?

Hoofdstuk 3: De Zonde wordt Gerekend als een Schuld

Hoofdstuk 4: De Babylonische Opvolging

Hoofdstuk 5: De Schuldbrief wordt aan Ezau Gegeven

Hoofdstuk 6: Zal Ezau de Schuld Betalen

Hoofdstuk 7: De Tijd van Ezau

Hoofdstuk 8: Uw Koninkrijk Kome

HOOFDSTUK 1

De Gelijkenissen van de Wijngaard

Jesaja 5:1-7 (Isa 5:1-7) schenkt ons de woorden van het lied dat Jezus later als model zou gebruiken voor Zijn gelijkenis in Mattheüs 21:33-44 (Mat 21:33-44). Enig begrip van deze gelijkenis is belangrijk om het raadsplan en doel van God te begrijpen. Jesaja’s lied klinkt als volgt:

(Titel) 1 Ik wil graag voor mijn Beminde zingen, een lied van mijn Geliefde over Zijn wijngaard. Mijn Beminde had een wijngaard op een vruchtbare heuvel. 2 Hij spitte hem om en zuiverde hem van stenen, Hij beplantte hem met edele wijnstokken. In het midden ervan bouwde Hij een toren, en hakte ook een perskuip daarin uit. Hij verwachtte dat hij goede druiven zou voortbrengen, maar hij bracht stinkende druiven voort.”

Jesaja interpreteert deze woorden voor ons in vers 7:

“Want de wijngaard van de HEERE van de legermachten is het huis van Israël, en de mannen van Juda zijn Zijn lievelingsplant.”

Omdat Gods wijngaard (Israël) alleen maar waardeloze stinkende druiven voortbracht en geen goede, zegt God ons in de verzen 5 en 6:

“Nu dan, Ik wil u graag bekendmaken wat Ik met Mijn wijngaard ga doen: Ik zal zijn omheining wegnemen, zodat hij verwoest zal worden; Ik zal een bres slaan in zijn muur, zodat hij vertrapt zal worden. 6 Ik zal er een wildernis van maken. Hij zal niet gesnoeid worden of geschoffeld, maar doornen en distels zullen er opschieten. En Ik zal de wolken gebieden geen regen erop te laten neerkomen.”

Jesaja bediscussieert niet of God degene is die geplant heeft of Eigenaar was van de wijngaard. Dit staat vast. Israel en Juda waren verkoren als wijngaard om goede vruchten voort te brengen. Helaas deden zij dit niet. Wat deed God vervolgens met zijn verkoren wijngaard? Hij vernietigde deze. Jezus bouwt later Zijn gelijkenis rond dit basis thema, maar paste het meer specifiek toe op de natie van Juda, waar Hij destijds leefde. Hij veranderde en maakte de gelijkenis completer door te zeggen in Mat. 21:33-35,

“Luister naar een andere gelijkenis. Er was iemand, een heer des huizes, die een wijngaard plantte. Hij zette er een omheining omheen, groef er een wijnpersbak in uit en bouwde een toren. En hij verhuurde hem aan landbouwers en ging naar het buitenland. 34 Toen de tijd van de vruchten naderde, stuurde hij zijn slaven [of dienstknechten] naar de landbouwers om zijn vruchten te ontvangen. 35 En de landbouwers namen zijn slaven, sloegen de één, doodden een ander, en stenigden een derde.”

Het verschil tussen de twee gelijkenissen is dat Jesaja zegt dat de wijngaard waardeloze vruchten produceert, terwijl Jezus zegt dat de vruchten niet bij de rechtmatige eigenaar terecht komen, omdat de landbouwers weigerden deze vruchten te overhandigen aan de Eigenaar. Hoe dan ook, de Eigenaar had niet de gewenste vruchten van Zijn werk.

De dienstknechten van de Wijngaardenier zijn de profeten die God naar Israël en Juda zond om de vruchten van Het Koninkrijk te ontvangen. De leiders van het volk sloegen of doodden hen echter, zoals Jezus later uitlegde in Mat 23:29-32

“Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, want u bouwt de graven voor de profeten en versiert de grafmonumenten van de rechtvaardigen, 30 en u zegt: Als wij in de tijd van onze vaderen hadden geleefd, hadden wij niet met hen meegewerkt om het bloed van de profeten te vergieten. 31 Aldus getuigt u tegen uzelf, dat u kinderen bent van hen die de profeten gedood hebben. 32 Maakt ook u dan de maat van uw vaderen vol!”

In deze gelijkenis profeteert Jezus in Mat 21:37-39 over Zijn eigen dood door de handen van de landbouwers (let op, niet de Romeinen),

“Ten slotte stuurde hij zijn zoon naar hen toe en zei: Voor mijn zoon zullen zij ontzag hebben. 38 Maar toen de landbouwers de zoon zagen, zeiden zij onder elkaar: Dit is de erfgenaam. Kom, laten we hem doden en zijn erfenis voor onszelf houden. 39 Toen ze hem gegrepen hadden, wierpen zij hem buiten de wijngaard en doodden hem.”

De landbouwers weigerden dus niet alleen om de vruchten uit de wijngaard aan God te overhandigen. Zij doodden niet alleen de profeten die de vruchten naar God wilden brengen. Zij doodden BEWUST de Zoon, die de ERGENAAM was van de wijngaard. Waarom? Om zodoende erfgenaam te blijven (vers 38). Zij pleegden deze daad NIET in onwetendheid. Het was GEEN zaak van misplaatste identiteit, niet wetende wie Hij was. Zij deden dit juist, omdat ZIJ WISTEN WIE HIJ WAS.

De vraag die nu naar boven komt drijven door deze gelijkenis wordt gesteld in vers 40:

“Wanneer dan de heer van de wijngaard komen zal, wat zal hij met die landbouwers doen?”

Jezus liet het toe dat ze zichzelf konden oordelen. Zij antwoordden Hem in vers 41,

“Zij zeiden tegen Hem: Hij zal die kwaaddoeners een kwade dood doen sterven en zal de wijngaard aan andere landbouwers verhuren, die hem de vruchten op hun tijd zullen geven.”

Vervolgens antwoord Jezus hier in vers 43 op,

“Daarom zeg Ik u dat het Koninkrijk van God [wijngaard] van u weggenomen zal worden en aan een volk gegeven dat de vruchten ervan voortbrengt.”

Het punt dat we willen maken is het volgende: Als het Koninkrijk van God wordt weggenomen van de voormalige wijngaardeniers, zijn deze wijngaardenier dan nog steeds “verkoren” in de ogen van God om de wijngaard te verbouwen?

Er zijn Schriftgedeelten die spreken over het Herstel van het Huis van Israel. Waarom de ogenschijnlijke tegenstelling? Komt het omdat wij misschien een ander begrip hebben van de situatie dan dat Jezus had. Velen zijn het eenvoudigweg niet eens met Jezus. Er zijn er ook velen die zeggen dat deze gelijkenis generaties later in de Bijbel is toegevoegd door mensen die de Joden zouden haten.

Geen van bovenstaande beweringen klopt. Deze gelijkenis zegt niets anders dan de andere apostelen, noch dan het boek Handelingen, noch dan de Geschriften van de apostel Paulus. Met andere woorden, het is in overeenstemming met de rest van het Nieuwe Testament. Wanneer we van mening zijn dat het evangelie van Mattheüs vervalst zou zijn, dan zetten we de deur open om het Nieuwe Testament om zeep te helpen.

Het is in deze tijd redelijk populair om de Romeinen de schuld te geven van de kruisiging van Jezus. Het Nieuwe Testament legt NERGENS de schuld neer bij de Romeinen, alhoewel Pilatus door chantage gedwongen werd om in te stemmen met het oordeel (Johannes 19:12). Het is onwettig om iemand vals te beschuldigen, dus kunnen we de Romeinen daar niet zomaar de schuld van geven, ongeacht hoe “politiek correct” het ook mag lijken. Stefanus zegt ons bijvoorbeeld in Handelingen 7:52 het volgende:

“Wie van de profeten hebben uw vaderen niet vervolgd? Zelfs hebben zij hen gedood die de komst van de Rechtvaardige aankondigden, van Wie u nu verraders en moordenaars geworden bent.”

Het is duidelijk dat zij Stefanus hebben gestenigd voor deze uitspraak, niet omdat zij hem niet begrepen, maar juist omdat zij hem perfect begrepen. Maar binnen deze studie zullen we ons niet verder richten op de vraag wie verantwoordelijk zou zijn voor de kruisiging van Jezus. We weten vanuit de profetie dat dit vanaf het begin het goddelijk plan was. Ook weten we vanuit de profetie dat alleen de priesters naar de ordening van Aäron de wettige toestemming hadden om het Offer te brengen. De Romeinen hadden deze goddelijke roeping niet en als zij daarom Jezus hadden gekruisigd, dan zouden zij in overtredingen van de goddelijke wet zijn geweest, die door Mozes gegeven was, en zouden de Schriften ook niet zijn vervuld.

Het doel van deze studie is juist om de schuldbrief vanuit de profetie te bezien. Een schuldbrief is de brief die de rechter aan een overtreder geeft indien deze niet in staat is om zijn schuld te voldoen. In het geval van de wijngaard eist God de vruchten die de landbouwers echter ontvreemden van de rechtmatige Eigenaar. Zij zijn aan God de vruchten van het Koninkrijk schuldig en daarom is er aan hen in het goddelijke gerechtshof een Schuldbrief gegeven.

HOOFDSTUK 2

Wie is Israël?

De gelijkenissen van Jesaja 5 en Mattheüs 21 laten ons zien dat God een akkerbouwer is die graag goede vruchten (meestal druiven) wil produceren. We weten dat dit eerder een symbolische betekenis heeft dan een letterlijke. Het Oude Testament herkent het als de vruchten van het Koninkrijk, omdat Gods Wijngaard de betekenis heeft van het Koninkrijk van God. Jesaja 27:6 zegt ons:

“In de dagen die komen, zal Jakob wortel schieten, Israël zal bloeien en groeien en zij zullen het wereldoppervlak met vruchten vervullen.”

Dit is een belofte, en voor degene die de Bijbel geloven is dit een feit. Er zijn echter veel verschillende mening over HOE dit vervuld zal worden en door wie! Wie zal er werkelijk de door God gewenste vruchten van het Koninkrijk voortbrengen?

Toen Israël in het Oude Testament er niet in slaagde deze vruchten voort te brengen, kwam dit door de aanbidding van valse goden en het niet houden van Zijn wet. De profeten spreken hier herhaaldelijk over. God oordeelde Israël door hen uit het land te verwijderen en de naam Israël die bij het geboorterecht hoort af te nemen. Hij zorgde ervoor dat de macht van de Assyriërs toenam, zodat dit volk van 745 v.Chr. – 721 v.Chr. Israel veroverde en hen wegvoerde in ballingschap naar Halah en Harbor. Dit is gelegen aan de rivier Gozan en in de steden van Medië. (2 Koningen 17:6 – 2Ki 17:6) Dit was het gebied aan de Kaspische zee.

Israel werd door God vervolgens “Niet Mijn volk” genoemd (Hosea 1:9). God scheidde van Israël (Jer. 3 en Hosea 2:1). God sprak hoogstpersoonlijk dat Hij zijn dienstknechten met een andere naam zou noemen (Isa 65:15), waardoor het eeuwen lang moeilijk was om de “verloren stammen van Israël” te identificeren. De Joodse Encyclopedie geeft ook aan dat de verloren stammen zeker niet gezocht moeten worden in het huidige jodendom. Er staat het volgende geschreven:

“Daar waar vele profetieën relateren aan de terugkomst van “Israël” naar het Heilige Land, hebben gelovigen die de Bijbel letterlijke interpreteren altijd moeite gehad met het voortbestaan van de stammen van Israël, met uitzondering van de stammen Juda en Levi (of Benjamin), die samen met Ezra en Nehemia terugkeerden. Als de tien stammen verdwenen zijn zou de letterlijke vervulling van de profetieën onmogelijk zijn; als zij niet verdwenen zijn dan moeten zij blijkbaar onder andere naam bestaan.”

Dus ja, dit volk bestaat onder een andere naam, en het is NIET de naam “jood”. Officiële opgravingen vanuit het oude Assyrie, Perzië en Griekenland vertellen ons dat zij Israël benoemden met verschillende namen zoals: Ghomir (Gomer) Khumree, Sakka (Saxons), Getae (“gevangenen”), etc. Het is duidelijk dat dit volk haar naam “Israël” verloren had.

Jaren later zijn oorlogen de oorzaak dat dit volk naar West en Noord Europa zijn afgereisd. Omdat velen tijdens deze trek het Kaukasus gebergte hebben doorkruist, werden zij bekend als de “Kaukasiërs”.

En ook al heeft de archeologie bovenstaande bewezen en aangeduid waar zij zich nu bevinden, betekent dit niet dat we het feit kunnen negeren dat zij wel waren weggevoerd en niet langer tot Gods “uitverkoren” volk behoorde. Op z’n hoogst kunnen we zeggen dat zij EX-Israëlieten zijn vanuit de eerste verstrooiing door de Assyriërs.

De vraag is dus HOE iemand een Israëliet kan worden? Hoe wordt een ex-Israëliet vanuit de verstrooiing weer een Israëliet. En hoe worden andere volkeren, zoals Joden, Grieken, Romeinen of wat dan ook, een Israëliet?

Het is een wet-gerelateerde vraag en zeker geen genealogische, omdat het een kwestie is van burgerschap in het Koninkrijk van God. Iemands genetische afkomst hielp niet veel in Jesaja’s dagen. God stuurde Israël, ondanks haar afstamming, weg uit Zijn huis. Iemands genealogie is voor God dus relatief onbelangrijk.

Hetzelfde geldt voor de ex-Judeeërs uit de verstrooiing van 70 n.Chr. Zij waren nog erger dan de Israëlieten, omdat Jer 3:8-11 zegt dat het hypocriete Juda erger was dan de lichtzinnige hoer Israël.

Om deze reden heeft God Jeruzalem verlaten, zoals hij ook eerder Silo had verlaten. Silo was destijds een stad in Efraïm; Jeruzalem bevond zich in Juda. Om deze reden heeft hij zowel Israel als Juda verlaten. Lees maar Psalm 78:60 en Jer 7:12-15. Vers 15 zegt over Jeruzalem: “Ik zal u van voor Mijn aangezicht wegwerpen, zoals Ik al uw broeders weggeworpen heb, heel het nageslacht van Efraïm.”

Dus moeten wij opnieuw weten hoe we Gods “uitverkorenen” weer kunnen worden. Zoals we zullen zien is het antwoord hierop nauw verbonden met de Schuldbrief. De Schuldbrief is het legale “papierwerk” waardoor God naties verkiest en autoriteit geeft om de vruchten van het Koninkrijk voort te brengen. Voor al de opvolgende naties die God verkoren had en daarbij autoriteit gegeven heeft om de Schuldbrief te betalen is de vraag: “WIE ZAL DIT DAN EIGENLIJK DOEN?” Dit is de sleutel om het principe van “uitverkiezing” te begrijpen.

HOOFDSTUK 3

De Zonde wordt Gerekend als een Schuld

Exodus 22:1-4 geeft ons een sleutel van de verhouding tussen de rechtvaardigheid en genade van God. Het vertelt ons dat wanneer een man schuldig is aan diefstal, die persoon NIET geëxecuteerd hoeft te worden, maar voor het slachtoffer moet werken, zodat hij op z’n minst het dubbele terugbetaalt. De wet leert de dief om zijn verantwoording voor zijn daden te nemen als ook om de verbinding tussen arbeid en (eigendom) geld te ervaren. Exodus 22:3-4 zegt ons het volgende:

“… De dief moet alles volledig vergoeden. Heeft hij niets, dan moet hij vanwege zijn diefstal verkocht worden. 4 Als inderdaad het gestolene levend in zijn bezit aangetroffen wordt, moet hij het van rund tot ezel, tot kleinvee toe dubbel vergoeden.”

Met andere woorden, wanneer een man een schaap steelt, moet hij twee schapen terugbetalen aan het slachtoffer. Wanneer de dief het aan iemand anders verkocht heeft, of hij heeft het dier gedood, moet hij vier schapen aan het slachtoffer terug betalen. Wanneer de persoon een miljoen euro gestolen heeft, is hij twee miljoen euro aan het slachtoffer verschuldigd.

De Bijbelse wet is gebaseerd op het principe dat zonde tot schuld wordt gerekend. Dit is de reden waarom in de gelijkenissen van Jezus de zondaren worden vergeleken met schuldenaren, zoals in Mattheüs 18:23-35 (Mat 18:23-35) en ook in het hogepriesterlijk gebed in Mattheüs 6:12 (Mat 6:12),

“En vergeef ons onze SCHULDEN, zoals ook wij onze SCHULDENAREN vergeven.”

In Lukas 11:4 (Luk 11:4) wordt hetzelfde gebed op een iets andere wijze opgeschreven:

“En vergeef ons onze ZONDEN, want ook wij vergeven aan iedereen die ons iets SCHULDIG is.”

Eén van de grote sleutels waarmee de Schrift begrepen kan worden is te weten dat zonde als schuld wordt gerekend. In de Bijbelse wet is er immers een directe verhouding tussen de vergoeding aan het slachtoffer en de hoogte van de diefstal of de waarde van de ontvreemde eigendommen.

In het geval van de gelijkenis van Jezus in Mattheüs 21, ontvreemden de landbouwers de vruchten van de wijngaard. Wanneer we dit verhaal vergelijken met het verhaal uit Jesaja 4 wordt duidelijk dat God, gedurende de dagen van Jozua, een wijngaard (het Koninkrijk) bouwde in het land Kanaän. God verwachtte de vruchten van Zijn arbeid te ontvangen, maar de mensen weigerden Hem de vruchten te geven. Met andere woorden, zij stalen de vruchten en wilden controle over de wijngaard behouden en kwamen zo dus in opstand tegen de ware Eigenaar.

Het boek Richteren vertelt ons hoe God hierop reageert. Richteren 3:8 (Jud 3:8) zegt ons het volgende: “En Hij VERKOCHT HEN in de hand van Cuschan Rischatáïm, koning van Mesopotámië,” voor acht jaar (Statenvertaling). Met andere woorden, het volk Israel werd verkocht voor hun diefstal overeenkomstig de wet in Exodus 22:3.

Toen het volk berouw toonde werd het volk door de eerste richter Othniël bevrijd. Na een tijdje weigerde het volk echter opnieuw de vruchten van Het Koninkrijk te overhandigen, zodat Richteren 4 vers 2 (Jud 4:2) ons meldt: “Zo VERKOCHT HEN de HEERE in de hand van Jabin” (Statenvertaling), voor nog een voorbeeld zie Richteren 10:7 (Jud 10:7).

Wat is het doel om Israël te “verkopen”? We moeten Israël zien als dief die naar het hemelse gerechtshof werd gebracht, waar God zelf de Rechter is. Israël werd voor zijn zonde veroordeeld. Omdat Israël echter niet de middelen had om God de vruchten van het Koninkrijk terug te betalen, laat staan het dubbele, werd Israël aan een andere natie verkocht.

Dit betekent dat Israël voor een bepaalde periode een dienstknecht werd van een andere natie. Dit betekende ook dat deze andere natie verantwoordelijk werd om deze schuld van Israel te betalen, die ze nog aan God moesten betalen. Deze andere natie moet feitelijk de schuldbrief van Israël aan God voldoen.

Het genadige van deze uitspraak van het hemelse gerechtshof is gelegen in het feit dat Israël gedurende hun periode van ballingschap (dienstknecht), niet verantwoordelijk was om de schuld aan God te voldoen. Deze taak is aan het volk waar ze in ballingschap verkeerde. Iemand kan niet de vruchten van het Koninkrijk voortbrengen zolang iemand “onder de wet” is, in de betekenis van onder de veroordeling van de wet. “Onder de wet” zijn is een periode van leren, met de wet als een “leermeester”, zoals Paulus het stelt in Galaten 3:24 (Gal 3:24).

Gedurende deze periode van veroordeling eiste de wet niet van het volk om aan God de vruchten van het Koninkrijk te overhandigen. De wet eiste DAT DE ANDERE NATIE DEZE VRUCHTEN VOORTBRACHT. Wanneer ze dat niet zouden doen hield God hen hiervoor verantwoordelijk en bracht Hij over dit volk dan ook een oordeel.

Het boek Richteren is de geschiedenis van de Schuldbrief. Iemand die deze schuldbrief in handen had was legaal “VERKOREN” om de vruchten van het Koninkrijk voort te brengen. Deze eis lag er steeds, ook al was het duidelijk dat ook de andere volken, net als Israël, zouden falen.

Deze wet verschafte Israël uiteindelijk dus genade, omdat het hen de tijd gaf te hergroeperen, te bekeren en de wegen van God te leren, zonder dat de last van de Schuldbrief op hun schouders lag. Op deze wijze verplaatst God de verantwoordelijkheid naar de andere “verlossende” natie voor een bepaalde periode.

De wijsheid van God is opmerkelijk. En toch bleek dat Israël nooit echt begrepen heeft dat de onderdrukkingen in het boek Richteren juist het bewijs waren van Gods genade en liefde. Dit onbegrip komt voort uit onkunde over de wet, die hen op de Horeb (d.w.z. Jabal al-lawz in Saoedi-Arabië zoals Paulus ons vertelt in Galaten 4:25 – Gal 4:25) was gegeven.

In het volgende hoofdstuk zullen we dit principe van overheersing en ballingschap vertalen naar onze tijd.

HOOFDSTUK 4

De Babylonische Opvolging

Door heel het boek Richteren heen bracht God Israël in zes verschillende overheersingen. Geen van deze had tot gevolg dat het volk weggevoerd werd naar een ander land, hetgeen een “ijzeren juk” zou betekenen, zoals dit beschreven wordt in de wetten van verdrukking (Deut. 28:48). Zij kregen daarentegen een houten juk, zoals Jeremia het benoemt (Jer. 28:13), opgelegd, waarin het volk werd onderdrukt (belast) door een vreemde macht.

De zevende overheersing werd een ijzeren juk, waarin het volk niet slechts overheerst werd, maar ook daadwerkelijk werd weggevoerd. Dit juk werd opgelegd door de Assyriërs, zij voerden het volk weg naar de zuidelijke rand van de Kaspische zee. Een eeuw later kreeg Juda het ijzeren juk door de wegvoering van Babylon naar de streek van de Tigris en de Eufraat. Het is deze zevende gevangenneming, met vooral de focus op die van Juda, die voor ons van grote betekenis is.

De profeet Daniël was een van de jonge mannen uit het huis van Juda die tijdens de eerste wegvoering naar Babylon werd meegenomen en een bestuurderstaak kreeg in dit koninkrijk. Aan het begin van zijn carrière had de Babylonische koning een droom. Het verhaal is beschreven in Daniël 2. De koning zocht iemand die de droom kon uitleggen.

De droom moest niet slechts uitgelegd worden, maar de koning was de gehele droom vergeten. Geen van zijn wijzen was in staat om hem de droom en zijn uitlegging bekend te maken. God openbaarde de droom echter wel aan Daniël, die het vervolgens aan de koning openbaarde met daarbij ook de uitleg. Daniël 2:31-35 (Dan 2:31-35) geeft ons de droom weer:

“U, o koning, keek toe, en zie: een groot beeld. Dit beeld was hoog, de glans ervan uitzonderlijk. Het stond voor u. De aanblik ervan was schrikwekkend. 32 Het hoofd van dit beeld was van goed goud, zijn borst en zijn armen waren van zilver, zijn buik en zijn dijen van brons, 33 zijn benen van ijzer, zijn voeten gedeeltelijk van ijzer, gedeeltelijk van leem. 34 Hier keek u naar, totdat er, niet door mensenhanden, een steen werd afgehouwen. Die trof dat beeld aan zijn voeten van ijzer en leem, en verbrijzelde die. 35 Toen werden het ijzer, het leem, het brons, het zilver en het goud tegelijk verbrijzeld. Ze werden als kaf op een zomerdorsvloer. De wind voerde ze weg, zodat er geen spoor van teruggevonden werd. Maar de steen die het beeld getroffen had, werd tot een grote berg en vulde de hele aarde.”

De uitleg van deze droom was dat het hoofd Babylon voorstelde. De armen van zilver, de buik van brons, de ijzeren benen en de voeten van ijzer en leem stelden opeenvolgende koninkrijken voor die zouden verrijzen na Babylon. Met andere woorden, koning Nebukadnezars droom profeteerde van opeenvolgende koninkrijken.

De koninkrijken na Babylon werden als volgt vervuld: De Meden en Perzen vormden de zilveren armen, Griekenland de bronzen buik en Rome de twee ijzeren benen. Het ijzeren gedeelte van de voeten portretteert de religieuspolitieke macht die overbleef na de val van het Romeinse rijk - de Roomse kerk.

Deze voeten waren gemaakt van een mengsel uit ijzer en leem, omdat de Roomse Kerk niet het enige rijk zou zijn dat het oude land van Juda (Palestina) zou overheersen. Het ijzer vertegenwoordigt het heersen van Rome, maar de klei de machten van de Islam.

In 1917 werd de controle over het gebied van Palestina doorgegeven na de val het Ottomaanse rijk aan de Britten. Generaal Allenby nam Jeruzalem aan het einde van de Eerste Wereldoorlog in. Deze gebeurtenis vond plaats aan het einde van vervulling van Babylons 2520 jaar, het volledige tijdsbestek waarin de overheersende (Babelse en opeenvolgende) koninkrijken hadden geheerst. 2520 = 360 x 7 en is bekend als de “zeven perioden” in de profetieën.

In 1917 werd er een nieuw idee geboren m.b.t. tot de vereffening van het leed aan de Joden geschied. De Balfour verklaring beschrijft het doel van de Britse regering om Palestina om te vormen tot het joodse thuisland, een toevluchtsoord, een veilige haven, waar Joden naar toe zouden kunnen emigreren, land kopen, en te leven als burgers tussen de huidige Palestijnse bewoners in een nieuwe Britse Kolonie.

Na dertig jaar strijd tussen moslims en Joden, trokken de Britten zich terug en gaven de situatie van dit gebied in handen van de Verenigde Naties, die zojuist waren gevormd. Op 29 November 1947 stemden de VN in om het land te delen in twee naties, een Joodse en een Palestijnse staat.

De VN hebben duidelijk het probleem niet weten op te lossen en dit probleem bestaat tot op de dag van vandaag nog steeds. We zullen zien hoe deze geschiedenis past binnen het concept van de Schuldbrief.

De enige wijze om deze Schuldbrief te voldoen is om Hem de vruchten van Zijn werk te geven, de vruchten van Het Koninkrijk. God plaatste Israël in Kanaän om kinderen voort te brengen in de gelijkenis van God. Hij wilde kinderen voortbrengen in Zijn gelijkenis. Dit is wat bedoeld wordt met de term “de zonen Gods”.

Dit goddelijke doel begon niet bij de planting van de wijngaard Kanaän. Het werd reeds in het begin van de geschiedenis uitgedrukt in Genesis 1:27:

“En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen.”

De enige wijze waarop iemand de Schuldbrief kan betalen is om een “Zoon van God” te worden. Dit was het doel van de komst van Jezus Christus, en dit is de reden waarom Hij de “Zoon van God” wordt genoemd. In Heb 1:3-5 lezen we het volgende,

“Hij, Die de afstraling van Gods heerlijkheid is en de afdruk van Zijn zelfstandigheid, Die alle dingen draagt door Zijn krachtig woord, heeft, nadat Hij de reiniging van onze zonden door Zichzelf tot stand had gebracht, Zich gezet aan de rechterhand van de Majesteit in de hoogste hemelen. 4 Hij is zoveel meer geworden dan de engelen als de Naam die Hij als erfdeel ontvangen heeft, voortreffelijker is dan die van hen. 5 Want tegen wie van de engelen heeft God ooit gezegd: U bent Mijn Zoon, heden heb Ik U verwekt? En verder: Ik zal voor Hem tot een Vader zijn, en Hij zal voor Mij tot een Zoon zijn?”

Israël was als natie geroepen en “verkoren” om de Zoon voort te brengen - niet alleen Jezus Christus, de Zoon van God, maar ook de geopenbaarde zonen van God (Rom 8:19).

Deze roeping bestaat uit verschillende onderdelen. Juda is volgens 1 Kronieken 5:1 (1Chr 5:1) geroepen om volgens genealogie Jezus Christus, de Koning en Zoon van God voort te brengen. De zoon van Jozef, Efraïm, ontving de naam “Israël” (Gen. 48:16) en zijn roeping is om de zonen van God voort te brengen. Ofwel, Jozef is een vruchtbare tak (Genesis 49:22). Het Hebreeuwse woord hiervoor is BEN, hetgeen “een tak of zoon betekent”.

Juda bracht Jezus Christus voort, maar Zijn grootste concurrent, koning Herodes, probeerde Hem kort na Zijn geboorte te doden. Jaren later verwierpen de leiders van het volk Hem opnieuw en kruisigden Hem. Dit was echter ook nodig om het ware Israël de zonen van God voort te laten brengen. Als Koning van Juda betaalde Jezus Christus de Schuldbrief van de zonde van de gehele wereld (1 Joh 2:2) zodat Hij uiteindelijk als Koning van Israël ook de zonen van God kan voortbrengen.

HOOFDSTUK 5

De Schuldbrief wordt aan Ezau Gegeven

De goddelijke wet profeteert dat Christus tweemaal moet komen om Zijn werk te volbrengen. De wetten met betrekking tot melaatsheid (sterfelijkheid) in Leviticus 14 laten ons zien dat er twee duiven benodigd zijn om een melaatse te reinigen. De offerdienst was profetisch voor het offer van Jezus Christus die Zijn leven gaf aan het kruis. Melaatsheid zelf is een Bijbels symbool van sterfelijkheid. Melaatsheid betekent immers een langzame maar een zekere dood. Haar kuur was onsterfelijkheid.

In de genoemde melaatsheidwetten waren er twee duiven betrokken. De eerste duif moest worden gedood. De tweede duif moest worden gedoopt in het bloed van de eerste en worden losgelaten in het open veld. De eerste duif profeteert daarom van de dood van Jezus Christus, terwijl de tweede duif profeteert van Zijn tweede komst. De tweede duif moest worden losgelaten in het open veld (akker). Jezus zegt in Mat 13:38 dat “de akker de wereld is”. Vandaar dat Hij nog een keer moet terugkomen, maar deze keer niet om te sterven.

We lezen in Openbaring 19:13 (Rev 19:13) dat tijdens Zijn tweede komst gekleed was met een in bloed gedoopt bovenkleed. Dit is een verwijzing naar Lev. 14:7 waar de tweede duif gedoopt werd in het bloed van de eerste. Het identificeert de tweede duif met de eerste duif en laat zien dat het tweede werk van Christus gebaseerd is op het eerste.

Het identificeert ook de tweede komst van Christus, niet met Juda, maar met Jozef. Jozef was de enig man in de Bijbel wiens kleed ook gedoopt was in bloed (Gen 37:31). Jezus kwam de eerste keer door de geslachtslijn van Juda (specifiek uit de geslachtslijn van koning David) om zo rechtmatig Koning te kunnen zijn. Hij moet als “Jozef” komen om Zijn eerstgeboorterecht te kunnen ontvangen, want in 1 Kron. 5:2 (1Chr 5:2) staat geschreven dat het eerstgeboorterecht van Jozef was. Dit is de reden waarom zijn kleed in Openbaring 19:13 (Rev 19:13) in bloed gedoopt was.

Wanneer we deze basiselementen van de wet begrijpen kunnen we op deze kennis verder bouwen. Aan Juda was de Troon gegeven; aan Jozef het geboorterecht en de naam Israël. Bij Zijn eerste komst werd Zijn Troon toegeëigend, zoals ook Absolom zich de troon van zijn vader David toe-eigende. Deze staatsgreep werd gedaan met behulp van Achitofel (2 Samuel 15:12). Zo is ook de Troon van Jezus, met de hulp van Judas, toegeëigend door de religieuze leiders van Juda.

Op dit ogenblik naderen we het moment van de tweede komst van Christus en zien we dat hetzelfde type conflict zich weer herhaalt. Echter dit keer gaat het niet over de Troon, maar over het geboorterecht van Jozef. In 1948 stalen de Joden het geboorterecht van Jozef met behulp van de Kerk – de moderne Judas.

De Joden zijn, ook naar eigen zeggen, geen afstammelingen van Jozef en hebben daarom geen recht om de naam Israël (gegeven aan de zonen van Jozef) behorende bij het geboorterecht, te claimen. In 1948 deden ze dit echter wel. Zij konden hun staat ook “Juda” noemen, zoals ook sommigen destijds suggereerden, maar zij verkozen de naam “Israël”. Vanwege de naamgeving dachten christenen dat dit de vervulling was van de profetieën m.b.t. tot het herstel van Israël.

Het betreft dus niets anders dan een déjà vu. Het verraad is compleet. Zowel de Troon van Juda als het geboorterecht van Jozef zijn onwettig toegeëigend, beide keren met de hulp van een “Judas”. Judas was een discipel en “vriend” van Jezus, die Hem verraadde. De Kerk is eveneens een discipel en “vriend” van Jezus, die Hem verraadde.

Zoals ook Judas werd vervangen, zo zal ook de Kerk worden vervangen door de overwinnaars. “Laat een ander zijn ambt als opziener nemen” lezen we in Handelingen 1:20 (Act 1:20). Deze tekst wordt geciteerd uit Psalm 109:8 en waarbij Davids refereert aan Achitofel.

Met betrekking tot de Schuldbrief zijn bovenstaande feiten cruciaal om te begrijpen om te zien hoe deze vervuld zal worden en wie de eerste opstanding zal beërven (Rev 20:4- 6). Aan wie zal God de uitvoering van de belofte van Abraham voor de hele wereld toevertrouwen? Zal Hij die toevertrouwen aan degene die de gewelddadige wijze van Barabbas, Begin, Shamir, Ariel Sharon en de zionistische Likud-manier steunen? Of zal Hij deze administratie toevertrouwen aan degene die geloven in de Vredevorst? U weet hoe ik daar over denk.

Tussen 1914-1917 waren er 2520 jaren voorbij van de regering van Babylon en haar opeenvolgende koninkrijken. Gedurende deze 2520 jaar werd de Schuldbrief doorgegeven van Babylon naar Perzië, Griekenland en vervolgens Rome. Na de val van het Romeinse Rijk, werd de Schuldbrief wisselend gegeven aan de Roomse kerk en het Islamitische volk, net zoals Jeruzalem tussen hen wisselde.

Uiteindelijk kreeg Groot Brittannië in 1917 de macht over Jeruzalem, zodat God het laatste en finale scenario in gang zou gaan zetten. De vlag van Brittannië wordt “Union Jack” genoemd. Jack is een afkorting van Jakob. Jakob zou de Schuldbrief moeten ontvangen, omdat Jakob een grote fout jegens Ezau recht moest zetten. In Genesis 27 loog hij immers tegen zijn vader Izak en stal het geboorterecht.

Ezau werd Edom genoemd (Gen. 36:8). Edom is de Hebreeuwse naam. Idumea is het Griekse woord voor Edom en deze naam verschijnt in Eze 36:5 (King James Version). Hun erfenis was de berg Seir (“bokken”). Dit zijn de “bokken” die Jezus zal scheiden van de ware schapen van Israël (Mat. 25:32).

Maar zoals alle historici ons duidelijk maken zijn de nakomelingen van Edom (Idumea) overwonnen door Juda in 126 v.Chr. De Idumeeërs zijn toen onder druk en met veel geweld bekeerd tot het judaïsme. Encyclopedieën vertellen ons overduidelijk dat vanaf dit moment Edom ophield een aparte natie te zijn en dat zij vervolgens alleen nog bekend waren en aangeduid werden als Joden. Dus het jodendom heeft Edom ingelijfd en vervuld vandaag de dag BEIDE DELEN VAN DE PROFETIE.

Aan de hand van de wetten van de verdrukking uit Lev. 26:40-42 zou Juda niet naar haar land kunnen terugkeren zonder eerst haar vijandschap tegen Jezus Christus toe te geven en te belijden. Maar zij konden wel terugkeren als Edomieten, omdat de profetie van Izak aan Ezau in Gen 27:40 ons zegt: “Maar als je tot macht komt, zul je zijn juk van je nek afrukken”. Jakob had een schuld bij Ezau, omdat Jacob tegen Ezau had gezondigd. Hij was hem een geboorterecht verschuldigd. Om deze reden moest Groot Brittannië (Jakob) het land aan Ezau teruggeven, zodat Ezau de mogelijkheid had zijn onwaardigheid te bewijzen. Een oudere zoon kon zonder oorzaak niet worden onterfd van zijn geboorterecht.

Ezau – ofwel de huidige Israëlische staat - heeft nu meer dan genoeg tijd gehad om aan de wereld te bewijzen waarom God hem, en zijn wijze om het Koninkrijk met geweld te pakken, heeft verworpen. Dit loopt op z’n einde. Het geboorterecht is hem in 1948 gegeven, met daarbij gepaard gaande goddelijke autoriteit, verantwoordelijkheid en rekenplichtigheid om de originele Schuldbrief te betalen, ofwel hij moest de vruchten van het Koninkrijk aan God overhandigen. Als ze dit gedaan zouden hebben, zouden zij de zegeningen van Abraham hebben gebracht aan de rest van de wereld. Het Koninkrijk van God zou dan in gerechtigheid gevestigd zijn. Dit hebben ze niet gedaan en hebben

daarom ook gefaald. Daarom werd na 46 jaar de Schuldbrief in 1993 aan de overwinnaars gegeven.

HOOFDSTUK 6

Zal Ezau de Schuld Betalen?

Zoals we al aantoonden in hoofdstuk 5 (en wij verder nog uitgebreider behandeld hebben in het boek “The Struggle for the Birthright” ), stond God het toe dat de Zionisten naar het oude land terugkeerden om een oude fout recht te zetten. In Gen. 27 deed Jakob zich voor als Ezau om zo zijn blinde vader, Izak, te misleiden om hem het geboorterecht te geven. Dit werd in 1948 omgedraaid. In dat jaar deden de afstammelingen van Ezau zich voor als “Jakob”, waarbij ze de blinde afstammelingen van Izak misleidde. Dus het christelijke Westen gaf het geboorterecht aan de Joden, die van Ezau-Edom afstamden, maar zich voordeden als Jakob-Israël.

Een meer geniaal plan zou niet ontworpen kunnen worden. Het was niet slechts geniaal vanaf de kant van het zionistische leiders. Het is de genialiteit van God en de absolute gerechtigheid waarvan ik onder de indruk ben. Toch is het onfortuinlijk dat de Palestijnen klem werden gezet in dit eeuwenoude conflict tussen Jakob en Ezau. Zonder het grotere geheel te zien, zien zij slechts de ongerechtigheid die hen werd aangedaan.

Maar dit onrecht zal niet voor altijd gelden. Als God zo rechtvaardig is dat Hij de rechten van Ezau zal handhaven, dan zal Hij ook de rechten van Ismaël (en van alle mensen) handhaven. Daarmee kunnen we ons troosten. De mens is beperkt in zijn kennis over de geschiedenis en hun begrip over goddelijk recht, waardoor zij soms twijfelen aan het gezonde verstand van God. Maar ik heb het geloof dat God alle dingen ten goede zal laten meewerken (Rom 8:28).

De apostel Paulus zegt ons dat “Hagar” het oude Jeruzalem is (Gal. 4:25) en dat het Nieuwe Jeruzalem “Sara” is (Gal. 4:26). Hoe is dit gebeurd? Wat is hiervan de betekenis? Paulus zegt in het vers hierboven nadrukkelijk: “Want deze Hagar is de berg Sinaï in Arabië, en komt overeen met het huidige Jeruzalem, dat met haar kinderen in slavernij is.”

Toen de meerderheid van de Joden, in het bijzonder de leiders die hen vertegenwoordigden, Jezus verwierpen als de Middelaar van het Nieuwe Verbond, maakten zij een strategische beslissing om onder de autoriteit van het Oude Verbond te blijven. Dat Oude Verbond werd door Mozes bij de berg Sinaï opgemaakt. Hierdoor werd Jeruzalem onder de autoriteit van Sinaï geplaatst, hetwelk IN ARABIË is.

Arabië is de erfenis van Ismaël en door Jezus te verwerpen plaatsten de Joden Jeruzalem – en het gehele gebied van Palestina – onder de autoriteit van Hagar en Ismaël. Ofwel, DE JODEN GAVEN HEN DEZE AUTORITEIT.

Daarom was het slechts een kwestie van tijd voordat God de Joden zou verwijderen en het land aan Ismaël zou schenken, waardoor Hij het onder de autoriteit van de religie van Ismaël plaatste, namelijk de Islam.

Dus in feite komt het hier op neer: De Joden hebben helemaal geen rechtmatige claim op Palestina. Zij willen de autoriteit van het Oude Verbond, dat gemaakt werd bij de berg Sinaï (Hagar), handhaven – maar zij willen ook Hagar en Ismaël omverwerpen.

Dit is in Gods ogen onsamenhangend en niet rechtvaardig. Ware het niet dat de Joden ook Edomieten zijn, anders zouden zij HELEMAAL GEEN CLAIM hebben op Palestina.

Maar de geschiedenis is hier heel duidelijk in, zoals de Joodse Encyclopedie (de editie van 1925) zegt: “Edom is het hedendaagse jodendom.” Dit is de sleutel om de huidige conflicten van de hedendaagse geschiedenis te kunnen begrijpen. Het geboorterecht moest voor een seizoen aan Ezau gegeven worden om te zien of hij het Koninkrijk van God konden voortbrengen – en in het bijzonder om het Mensenkind te baren (“Christus in u, de hoop op de heerlijkheid”).

De Kerk moedigt hem aan en heeft er veel vertrouwen in dat Ezau dit ook werkelijk zal volbrengen. Hoe dit komt? Omdat Ezau zich kleedt als Jakob en wij te blind zijn om te zien wie hij werkelijk is.

Maar die tijd is bijna voorbij. Ezau verlangde de autoriteit om “verkoren” te zijn en de rijkdom die het geboorterecht hem zou brengen, maar hij wilde niet de verantwoordelijkheid die bij deze autoriteit hoort. Samen met het geboorterecht hoort de verantwoordelijkheid om de SCHULDBRIEF TE BETALEN om zo de vruchten van het Koninkrijk voort te brengen.

Zullen zij dit doen? Mijn mening betekent in dezen helemaal niets. Luistert u maar naar de woorden van Jezus, als u uzelf een christen noemt. Mat 21:43 zegt,

“Daarom zeg Ik u (Joden) dat het Koninkrijk van God van u weggenomen zal worden en aan een volk gegeven dat de vruchten ervan voortbrengt.”

Ook deed Jezus in hetzelfde hoofdstuk iets dat veel licht werpt op deze kwestie. Mat 21:18-19 zegt,

“ 's Morgens vroeg, toen Hij terugkeerde naar de stad [Jeruzalem], kreeg Hij honger. 19 En toen Hij een vijgenboom [het nationale symbool van Juda] langs de weg zag, ging Hij ernaartoe en vond er niets aan dan alleen bladeren. Hij zei tegen hem: LAAT ER AAN U GEEN VRUCHT MEER GROEIEN IN EEUWIGHEID!”

En de vijgenboom verdorde onmiddellijk. Enkele hoofdstukken later voegde Jezus hier in Mat 24:32-33 een profetie aan toe, zeggende,

“Leer van de vijgenboom deze gelijkenis: wanneer zijn tak al zacht wordt en DE BLADEREN UITSPRUITEN, dan weet u dat de zomer nabij is. 33 Zo ook u, wanneer u al deze dingen zult zien, weet dan dat het nabij is, voor de deur. “

De profetie leraren zijn het vandaag de dag ermee eens dat dit refereert aan het herstel van de Israëlische staat in 1948. Zij zien de tekenen aan de wand, maar zij zien niet de olifant van tien ton die in de woonkamer staat. ER WORDT GEEN VRUCHT AANGEHAALD.

In 1948 heeft de vijgenboom zeker meer bladeren voortgebracht, net zoals hij dit deed voordat Jezus hem vervloekte. Maar Jezus zoekt naar vruchten en niet naar meer bladeren.

Het feit is dat deze boom nooit meer vruchten zal voortbrengen, want dit heeft Jezus gezegd. Zult u de woorden van Jezus geloven? Of bent u meer content te geloven in de predikers die tegen Jezus ingaan?

Ik stem ermee in dat God het geboorterecht in 1948 aan Ezau (de Israëlische staat) teruggaf. Maar ik geloof Jezus als Hij zegt dat Ezau slechts meer bladeren zal voortbrengen. En weet dat sinds de zonde van Adam vijgenbladeren het probleem zijn geweest. Een vijgenblad is een valse bedekking voor zonde. Wanneer iemand de bedekking van het bloed van Jezus verwerpt, heeft hij alleen nog een vijgenblad. Het bloed van Jezus is de enige rechtvaardiging voor zonde. Vijgenbladeren zijn niets anders dan zelfrechtvaardiging, waarmee excuses gemaakt worden en anderen worden

beschuldigd wanneer God hen oordeelt voor zonde.

In 1948 ontvingen de Joodse Edomieten het geboorterecht en werden zodoende in wettelijk opzicht “het verkozen volk”. De wettelijke betekenis is deze: God houdt hen verantwoordelijk om de vruchten van het Koninkrijk voort te brengen en als zij dit weigeren – hetgeen ze zullen doen – zal God hen ook aansprakelijk houden.

De tijd van aansprakelijkheid nadert snel. Ezau zal spoedig leren dat “verkoren” zijn geen zegen, maar een vloek is. Zij zullen dezelfde les leren die Israël moest leren in de tijd van de Rechters (Richteren) – dat als zij weigeren om de verplichtingen van het “verkoren” zijn te vervullen, zij geoordeeld en in ballingschap gebracht worden.

HOOFDSTUK 7

De Tijd van Ezau

De Zionisten hebben in 1948 de Schuldbrief gekregen. Edom werd “verkoren” en zij werden daarom verantwoordelijk om de vruchten van het Koninkrijk voort te brengen. De Edomieten zijn van begin af aan Zionisten geweest. Zij wilden immers altijd al het geboorterecht hebben dat Jakob van Ezau had gestolen. Zij hebben nooit de hoop verloren dat zij ooit in staat zouden zijn om het “Heilige Land” te beërven en het uitverkoren volk te worden.

Op het moment dat Israël en Juda respectievelijk naar Assyrië en Babylon werden gedeporteerd, vertelt Ezechiël ons de reactie van Edom in Eze 35:10, zeggende,

“Omdat u [Edom] zegt: Die beide volken en die beide landen zullen mij toebehoren, wij zullen ze in bezit nemen … 15 Overeenkomstig uw blijdschap over het erfelijk bezit van het huis van Israël, omdat het verwoest is, zo zal Ik bij u doen. U, Seïrgebergte en heel Edom, zult geheel en al een woestenij worden! Dan zullen zij weten dat Ik de HEERE ben.”

De profetie wordt vervolgd in Eze 36:2 en Eze 36:5,

“Zo zegt de Heere HEERE: Omdat de vijand over u gezegd heeft: Haha! Zelfs de eeuwige hoogten zijn ons tot erfelijk bezit geworden… 5 daarom, zo zegt de Heere HEERE: Voorwaar, in het vuur van Mijn na-ijver heb Ik gesproken tot het overblijfsel van de heidenvolken en tot heel Edom, die zichzelf Mijn land tot erfelijk bezit hebben gegeven met de blijdschap van heel hun hart, met leedvermaak, zodat zijn weidegrond tot buit zou zijn.”

Mal 1:4 zegt,

“Hoewel Edom zegt: Als wij verwoest worden, bouwen wij de puinhopen weer op, zegt de HEERE van de legermachten dit: Zullen zíj bouwen, dan zal Ík afbreken, en men zal hen noemen: Goddeloos gebied, en: Het volk waarop de HEERE tot in eeuwigheid toornig is.”

De Nederlandse vertalingen laten een stukje weg, want de KJV (King James Version) vertaalt vers 4a als volgt:

“Though Edom says, We have been beaten down, but WE WILL RETURN [WIJ ZULLEN TERUGKEREN] and build up the ruins.”

Dit laat ons duidelijk zien hoe Zionisten de aspiraties van Edom bezitten. Edom is inderdaad teruggegaan naar de “puinhopen om ze weer op te bouwen”. God heeft alleen de bedoeling om de oude fout, die Jakob beging, recht te zetten. Ezau moet de kans worden gegeven om zichzelf onwaardig te tonen. Ezau wilde het geboorterecht voor egoïstische motieven, niet om de zegeningen van Abraham aan de rest van de wereld te schenken. Het is allemaal een kwestie van eigen belang.

De vraag is nu: Hoe lang zullen de huidige “Israëli’s” de Schuldbrief moeten betalen voordat God ze ten oordeel brengt? Dat is een moeilijke vraag, maar er zijn enkele zaken die ons kunnen helpen dit onderwerp beter te begrijpen.

In Joh 2:20 leren we dat het 46 jaar duurde om de tempel van Herodes te bouwen. Het getal 46 wordt dus direct geassocieerd met de tempel van Herodes. De tempel was mooi aan de buitenkant, maar binnenin de tempel bevatte het Heilige der Heiligen geen ARK DES VERBONDS en dus GEEN HEERLIJKHEID DES HEEREN. Omdat wij de tempels van God zijn (1Cor. 3:16) moeten we ons afvragen of onze “tempel” het beeld heeft van de tempel van Salomo of die van Herodes. De tempel van Salomo werd verheerlijkt, die van Herodes niet.

Onze lichamen worden gedefinieerd door onze chromosomen. We bezitten allemaal 23 paar chromosomen, 46 in totaal. De natuur leert ons dus dat onze vleselijk tempels worden gedefinieerd door het getal 46 (ik geloof dat op het moment dat we getransformeerd worden tot Zijn gelijkenis, wij 50 chromosomen zullen hebben – het getal van het Jubeljaar). Heel toevallig is NAOS het Griekse woord voor “tempel”, dat precies 46 keer in het Nieuwe Testament voorkomt.

De Zionisten zijn uiteraard ook tempels, maar zij hebben het patroon van de tempel van Herodes. Herodes was half Edomitisch en half Judese. Hij weerspiegelt perfect het beeld van de huidige staat Israël.

De eerste belangrijke tijdscyclus die het einde van de huidige staat Israël signaleerde was de datum 29 November 1993. Dit was precies 46 jaar nadat de V.N.-resolutie, die Palestina opdeelde, de basis legde voor de Israëlitische staat. Op die datum werden de afgevaardigden van de overwinnaars geleidt om bij het goddelijke gerechtshof een verzoekschrift in te dienen om de Schuldbrief over te nemen. Dit was “The Jubilee Prayer Campaign”.

Dit werd puur op basis van goddelijke openbaring gedaan, gebaseerd op de kennis van timing. Ik geloof dat ons gebed verhoord werd en wij op dat moment een mate van autoriteit kregen. Maar de totale autoriteit werd ons pas zeven jaar later op 29 november 2000 geschonken. Vervolgens duurde het zeven jaar voordat de zeven schalen (“fiolen”) waren uitgeschonken om zo het werk van goddelijk oordeel te volbrengen. Maar genoeg hierover, we wijden nu teveel uit.

In Luk 3:7-9 zei Johannes de Doper iets dat van toepassing was in zijn tijd, maar ook zeker toepasbaar is in onze dagen,

“7 Hij zei tegen de menigte die uitliep om door hem gedoopt te worden: Adderengebroed, wie heeft u laten weten dat u moet vluchten voor de komende toorn? 8 Breng dan vruchten voort in overeenstemming met de bekering, en begin niet bij uzelf te zeggen: Wij hebben Abraham als vader; want ik zeg u dat God zelfs uit deze stenen voor Abraham kinderen kan verwekken. 9 De bijl ligt zelfs al aan de wortel van de bomen; elke boom dan die geen goede vrucht voortbrengt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen.”

Johannes begreep waarschijnlijk dat er een oordeel over de natie zou komen, ongeacht de genealogische connectie met Abraham. Jezus sprak drie jaar later een gelijkenis uit in Luk 13:6-9, zeggende,

“En Hij sprak deze gelijkenis: Iemand had een vijgenboom, die in zijn wijngaard geplant was. En hij kwam om daaraan vrucht te zoeken, maar vond die niet. 7 Toen zei hij tegen de wijngaardenier: Zie, ik kom nu al drie jaar vrucht zoeken aan deze vijgenboom en vind die niet. Hak hem om. Waarom beslaat hij de aarde nutteloos? 8 En hij antwoordde en zei tegen hem: Heer, laat hem ook nog dit jaar staan, totdat ik om hem heen gegraven en hem bemest heb. 9 Wellicht dat hij dan vrucht draagt. Maar zo niet, dan moet u hem alsnog omhakken.”

Ik geloof dat de Israëlitische (Edom) staat een volle Jubeljaarcyclus (50 jaar) is gegeven om de vruchten van het Koninkrijk voort te brengen om de Schuldbrief te betalen. Wanneer we de eerste datum nemen van de Palestijnse Resolutie (29 Nov. 1947), dan komen we vijftig jaar later op 29 November 1997. Zij werden op dat moment gevisiteerd om te zien of zij aan God de vruchten van de wijngaard zouden geven waar Hij recht op heeft.

Drie jaar lang werden zij gevisiteerd (1997 – 2000), maar zij hebben zich nog steeds niet bekeerd zoals Johannes de Doper al zei. De vijgenboom zou vervolgens uitgehouwen dienen te worden, maar de mensen vroegen om nog een jaar genade en kregen dit ook.

Dat genadejaar was het moment om de boom te bemesten. Deze bemesting begon op 29 september 2000 toen Ariel Sharon de tempelberg “bezocht”, en daarmee olie op het vuur gooide. Vanaf dit moment begonnen de Palestijnen met het “bemesten”van de vijgenboom, om te zien of de Zionisten deze mest zouden gebruiken om hun boom te bevruchten, of dat ze de mest zouden teruggooien (met kogels). Om dit principe te begrijpen moet u mijn boek “De Wetten van Alsem en Uitwerpselen” lezen.

Na een jaar van bemesting had de boom nog steeds geen vruchten voortgebracht. De Zionisten accepteerden Jezus Christus niet als de Zoon van God, noch hebben zij de vruchten van de Geest gemanifesteerd richting de Palestijnen. Vervolgens komen we op 11 september 2001, hetgeen de laatste gebeurtenissen in beweging zet die uiteindelijk zullen leiden tot de verwoesting van Jeruzalem.

HOOFDSTUK 8

Uw Koninkrijk Kome

We lieten eerder zien dat de opeenvolgende Koninkrijken uit de droom van Daniël één voor één de Schuldbrief hadden ontvangen om te zien of zij de vruchten van het Koninkrijk zou voortbrengen. Zoals we zagen, hebben ze allen gefaald. Uiteindelijk bestaat de vrucht die God verlangt uit de geboorte van het Mensenzoon, die de volmaakte mens is naar het Beeld van God.

Jezus was de originele Mensenzon, de Voorbeeld Zoon voor de rest van de Zonen van God. Er is maar een wijze waarop Zonen Gods geopenbaard kunnen worden. De grote feesten van Israël zijn een afschaduwing van de stappen op weg als kind van God tot Zoon van Hem, dit zijn Pasen, Pinksteren en Loofhutten.

Om persoonlijk Pasen te vieren, is het niet vereist om een lam te doden en het bloed aan de deurposten aan te brengen, zoals het geval was in de dagen van Mozes. God vereist dat de persoon wordt gerechtvaardigd door het geloof in het bloed van het ware Lam (Jezus).

Om persoonlijk Pinksteren te vieren, is het niet nodig om God twee broden te offeren zoals destijds was voorgeschreven in de wet. Sinds Handelingen 2 wordt Pinksteren ervaren als de vervulling met de Heilige Geest. Helaas zijn we onder Pinksteren slechts in staat om “een onderpand van de Geest” te verkrijgen (2Cor. 5:5; Eph. 1:14).

Het laatste feest betreft het Loofhuttenfeest. Bij dit feest wordt iemand vervuld met de volheid van God (Eph 3:19). Om Loofhutten te vieren hoeft iemand niet zijn huis te verlaten en een huis van takken te bouwen. In plaats daarvan moet iemand zijn “aardse huis, deze tent” verlaten (2Cor. 5:1) en komen in een verheerlijkt lichaam, deze tent is ”een huis niet met handen gemaakt”. Wanneer wij dit huis ontvangen, zal dit een onsterfelijke lichaam zijn (2Cor 5:4), zoals onder Mozes werd uitgebeeld als een loofhut gemaakt van levende takken.

Dit is wat God vanaf het begin heeft gewild. Tot nu toe heeft geen enkele natie, die het goddelijke mandaat (de Schuldbrief) heeft ontvangen, de vruchten voortgebracht die God wenste. Allen hebben gefaald, te beginnen met Israël onder de zalving van Pasen. Het resultaat van hun falen zorgde ervoor dat het goddelijke gerechtshof de Schuldbrief aan een andere regerende natie overhandigde.

Maar ook de Kerk faalde onder haar zalving van Pinksteren. Het was gedoemd te falen omdat dit simpelweg een “gezuurd” feest is (Lev. 23:17), en zodoende bederfelijk. De Roomse Kerk was het ijzeren gedeelte van de voeten uit het beeld van Daniël. Het lemen gedeelte van de voeten zijn de Islamitische volken die de afgelopen eeuwen eveneens zeggenschap over Jeruzalem hadden. Maar ook de Islam heeft, net zoals de Roomse Kerk, niemand naar het Beeld van God voortgebracht.

De Babylonische opeenvolgende koninkrijken eindigden uiteindelijk in 1948, hetgeen het einde betekende van 8 x 414 jaar ballingschap (vanaf Israëls eerste gevangenneming door de koning van Mesopotamie) (Jud 3:8-10). Informatie omtrent dit feit is op verzoek verkrijgbaar. Het jaar 1948 zou het einde betekenen van de lange nacht van Babylonische overheersing. Er rest nog één niet vervulde belofte betreffende de Schuldbrief. Dit betreft de claim van Ezau op het geboorterecht.

Toen de staat Israël in 1948 werd gevormd, werd dit een verlengstuk van de Babylonische geschiedenis, waardoor Ezau het geboorterecht en de Schuldbrief verkreeg. Ook zij moesten, net zoals alle naties voor hen, hun tekortkomingen bewijzen.

Eindelijk in 1993 eindigde de Pinksterperiode op het niveau van de mondiale geschiedenis, na 40 Jubeljaarcycli. (Zie mijn boek “The Wheat and Asses of Pentecost”).

Dit was het allerlaatste gedeelte van de ijzeren voeten van het beeld van Nebukadnezar. Dit valt samen met de 46 jaar die de Israëlische staat nodig had om hun “tempel van Herodes” te bouwen.

Het jaar 1993 is een belangrijk draaipunt in de geschiedenis, het begin van het eind van Babylon, het eerst begin van de regering van de overwinnaars. De tijd van de overwinnaars is eindelijk aangebroken. God ging een nieuwe weg om het Koninkrijk en Zijn Schuldbrief van de Israëlische staat weg te nemen en deze aan een natie te geven die wel de vruchten zou voortbrengen. (Mat 21:43).

We hebben gezien dat er gedurende 7,5 jaar lang een overgangsperiode van autoriteit was voordat de overwinnaars werkelijk hun volle autoriteit van het Koninkrijk konden gebruiken. Dit moment brak aan op 30 Nov. 2000. Op dit moment werd er begonnen met het uit te gieten van de zeven schalen over de voeten van het gehele Babylonische systeem. Dit correleert op zekere wijze met de steen die de voeten van het beeld raakt (Dan 2:34). We zullen misschien binnen het jaar het effect van de zevende schaal zien (oktober 2006-2007).

Uiteraard ben ik me ervan bewust dat alle andere religies en andere naties het volledig oneens zijn met deze analyse. Een ieder van hen denkt dat zij goddelijke geroepen zijn om gerechtigheid op de aarde te brengen. Een ieder van hen gelooft dat hun weg (manier), religie of natie op de een of andere manier het ware Koninkrijk van God is.

Het enige dat ik kan zeggen is dat de tijd alle dingen zal bewijzen. Wanneer de ware Zonen van God in de wereld worden geopenbaard, zal het moeilijk worden om harde feiten te bediscussiëren. De wereld heeft echter niets van hen te vrezen, omdat de overwinnaars niet door kracht of geweld regeren. Zij zullen vol van de liefde van God zijn en zullen komen als dienstknechten en niet als regeerders, net zoals Jezus kwam om te dienen, niet om gediend te worden. Zij zullen als Jezus zijn, niet als Barabbas. Jezus kwam om mensen te genezen, niet om ze in slavernij te brengen.

De Messias van de overwinnaars zal niet komen als een grote Generaal. Hij zal niet komen met een zwaard om een ieder te doden die Hem wederstaat. Zijn zwaard zal zijn het “Woord uit Zijn mond”, die alleen de vleselijkheid en onwetendheid van de mens zal doden, niet hun lichamen. Het is het Zwaard van de Geest, die de ziel en geest scheidt en niet een scheiding tussen de hoofd van een mens en zijn lichaam veroorzaakt.

God heeft enkele van elke natie verkoren als overwinnaars, zodat alle naties vertegenwoordigd zullen zijn binnen deze groep (Rev 5:9). God zal deze eerste vruchten gebruiken voor een veel grotere oogst totdat Openbaring 5:13 (Rev 5:13) is vervuld:

“En elk schepsel dat in de hemel, op de aarde, onder de aarde en op de zee is, en alles wat daarin is, hoorde ik zeggen: Aan Hem Die op de troon zit, en aan het Lam zij de dankzegging, de eer, de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid.”

Dit is het herstel van alle dingen, dat de profeten en de apostelen door heel de Schrift heen onderwijzen. Amen.