Printable version  Printable version
Beeldspraak
Commentaren
Getallensymboliek
Woordenlijst
    abib
    Abraham
    Adam
    Ai
    Amalek
    Apologie
    As
    Aser
    Autoriteit vs. Soeve...
    Babel
    Benjamin
    Berg
    Betel
    Bethanië
    Bethesda
    Bethlehem
    Bethsaïda
    Christus
    Donder
    Doop
    Eersteling
    Eeuw, eeuwig
    Efraïm
    Egypte
    Einde
    Engel
    Gad
    Getallensymboliek
    Gods plan
    Gods wil vs. Gods plan
    Goliath
    Goud
    hagel
    Hebron
    Herodes Antipas
    Isaak
    Issaschar
    Jakob
    Jezus
    jubeljaar
    Juda
    Kalmoes
    Kanaän
    Kaneel
    Kapernaüm
    Kassie
    Lampenstandaard
    Lazarus
    Levi
    Licht
    Liefde
    Lijden
    Mamre
    Manasse
    melaatsheid
    Mirre
    More
    Mozes
    Naftali
    Nazareth
    Parel
    Ruben
    sabbatsjaar
    Satan
    Sichem
    Siloam
    Simeon
    Sion
    Straf
    Urim en Thummim
    Verloren gaan
    Verlosser
    Vijgen
    Water
    Wijn
    Wonderteken
    Zebulon
    Zee
    Zeloot
    Zonde
    Zoon des Mensen
    zout
    zuurdesem
 

123456789012345678901212345678901234567890121234567890123456789012123456

12345678901234567890123456789012345678901234567890123456789012345678901234567890123456781234567890123456789012345678901234567890123456789012345678901234567890123456789012345678123456789012345678901234567890123456789012345678901234567890123456789012345678901234567812

Siloam

Uitgezonden

Hij (Jezus) zei tot de blinde: Ga je wassen in het badwater Silóam, wat vertaald wordt door: uitgezonden (Joh.9:7).

De Heer verwijst dus naar "Silóam", naar het "water" van de "gezondene" (Joh.9:4, 33). Hij was door God gezonden. Hij zei dus in feite tot de blinde: "Kom bij Mij om met het water dat Ik geef je ogen schoon te wassen! "Kom tot Mij en leer van Mij" (Mat.11:28). Zoek het "levende woord" van de "Silóam" en was met dát water de verblinding weg! Om bij het badwater Silóam te komen, moest de blinde (schrik niet!) Jeruzalem uit! Stel u voor! Een blinde die op de tast de weg moet zien te vinden langs een steil, gevaarlijk pad!

De parallel naar het heden is niet moeilijk te trekken. Als nooit tevoren realiseren velen zich, dat zij zijn als die blindgeborene. Ze "horen" de stem van de goede Herder, die zou komen om "de blinden te leiden op een weg die ze niet kenden, om de duisternis voor hen tot licht te maken" (Jes.42:16). Hij zegt: "Kom de stal uit, of die nu een naam heeft of niet. Trek uit Babel. Volg Mij. Raak het onreine niet langer aan. Ga toch uit van haar, Mijn volk".

Sommigen geven blij gehoor aan deze oproep. Velen echter versmaden "de zacht vloeiende wateren van Silóam" (Jes.8:6) Ze blijven in de "weerspannige, bezoedelde, verdrukkende stad, die naar geen roepstem hoort en geen tuchtiging aanneemt, die op de Heer niet vertrouwt en tot haar God niet nadert" (Zef.3:1-8). Ze blijven liever "blind", omdat ze "de duisternis liever hebben dan het licht. Want hun werken zijn boos" (Joh.3:19). Dat is: aardsgericht en aardsgezind. Hun werken zijn als die van de broedermoordenaar Kaïn (1Joh.3:12), die "aan de Heer een offer bracht van de vruchten van de aarde" (Gen.4:3).

Anderen echter verlangen wel naar het water van Silóam, maar blijven toch, verscheurd door innerlijke strijd, achter in de "stad", waarvan geen steen op de andere zal worden gelaten. Ze durven zich niet "buiten de schare" te begeven, of door Jezus "terzijde" te worden genomen (Vgl. Marc.7:33, 8:23 en 26).

Hoe heerlijk eenvoudig gaat het verhaal in de bijbel verder: "De man ging weg, waste zich en toen hij terugkwam, kon hij zien" (Joh.9:7). "Hoe zijn je ogen opengegaan?" vroegen de buren hem (Joh.9:10). "Hij zei: Door Iemand die Jezus heet" (Joh.9:11). Later vroegen de Farizeeën hem: "Wat denk je van die man? En hij zei: Hij is een profeet" (Joh.9:17). Later zei hij: "Hij is een van God gezondene" (Joh.9:33).

Jezus zou nog méér voor hem gaan betekenen dan profeet of gezondene. Nadat hij "was uitgeworpen" zou hij Jezus als Heer ontmoeten en Hem "zien" van "aangezicht tot aangezicht" (Joh.9:38 en 39). Dit is het deel van wie Babylon verlaat en het aandurft de "bron van levend water" te zoeken. Ze willen maar één ding: bij de Heer zijn en Hem zien" (vgl.Ps.27:4). Als Jakob (Gen.32:22). Als Mozes en Manoah (Ex.24:10, Richt.13:22). Als Job en Jesaja (Job 42:5, Jes.6:5). Ja, als al die anderen.

Het komt aan op onze "werken" of we zullen "zien" of niet. Als onze werken Hem behagen, zullen we "zien" en "ingaan". Want, zegt Jezus, "Ik ken jullie werken: Ik heb u dan ook een open deur gegeven, die niemand kan sluiten, want jullie hebben Mijn woord bewaard en Mijn naam niet verloochend" (Op.3:8). "Wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt" (Op.3:13). Zeg niet: "Zijn wij soms ook blind?" Want Jezus' antwoord is dan: "Was u maar blind. Dan zou u zonder zonde zijn. Maar als u beweert dat u kunt zien ........ " (Joh.9:41).

UIt: In Geest en Waarheid